5 -2-2021



d

NIEUWS 

 

De vrijheid van de een eindigt waar de vrijheid van de ander begint.

 

BLOG AMERIKAANSE PRESIDENTSVERKIEZINGEN 2020
Van december 2018 t/m 22 januari 2021 heb ik hier een blog bijgehouden over de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

De hele blog, nu overgezet op 174 pagina's in PDF, is via de volgende link te lezen of te downloaden:

COMPLETE USA2020-BLOG IN PDF

Leessuggestie: begin onderaan bij de vroegste entrees om zo de ontwikkelingen vanaf het begin te volgen.
Volledig gebaseerd op Amerikaanse bronnen. Zie ook: Bronnenoverzicht

Supported by grassroots donors.

__________________________________________

BERT HAANSTRA - FILMER VAN NEDERLAND; HAANSTRA ALS SCHILDER EN FOTOGRAAF

Meer over Bert Haanstra: Lees verder...

In september 2021 is de website www.berthaanstra.nl na besluit van de beheerders Haanstra&Haanstra/Hans Schoots off line gegaan. De meeste teksten en foto's, waaronder alle nieuwsberichten van 2008 t/m 2021, worden gearchiveerd in een PDF-document.

__________________________________________

JORIS IVENSBIOGRAFIE EN VEEL MEER

Over filmmaker Joris Ivens: Lees verder...

__________________________________________

ZWART EN WIT IN HET TILBURGSE UITGAANSLEVEN


Overdag in de textielfabriek, 's avonds naar de disco. Spinnerij Swagemakers-Bogaers ca. 1970 (foto Van Dusseldorp).

3 oktober 2021 - Het zijn de latere jaren zestig van de vorige eeuw in het Brabantse Tilburg. Een echte industriestad waar de textielfabrieken tot in het centrum staan. Een arbeidersstad dus, om precies te zijn van katholieke arbeiders. Aan de nieuwgebouwde westkant staat de Katholieke Hogeschool Tilburg, nu Tilburg University, waarvan de eerste voorloper al in 1927 werd opgericht, maar die pas een enigszins universitaire allure kreeg in de tweede helft van de jaren zestig. Overigens zonder dat dit veel invloed had op de stad als geheel. Van een overal zichtbaar studentenleven zoals we dat kennen uit bijvoorbeeld Utrecht of Leiden, was nauwelijks sprake. Veel studenten zaten in studentenflats vlakbij de hogeschool en dronken hun bier in studentenkroeg annex vestzaktheater Posjet om de hoek.

De sfeer in het Tilburgse uitgaansleven werd bepaald door de lokale bevolking. Die was voornamelijk autochtoon, blank c.q. wit. In de industrie werkten ook Italianen en Spanjaarden, en Molukse Tilburgers waren gewoon, maar niet-westerse 'gastarbeiders' uit Turkije en Marokko waren er pas sinds kort. Het waren er eerder honderden dan duizenden. Inwoners van Surinaamse herkomst waren er nauwelijks. Even later was er weinig reden meer voor arbeidsmigratie, aangezien de textielindustrie in tien jaar tijd bijna volledig verdween door buitenlandse concurrentie.

Hier gaat het mij om het Tilburgse uitgaansleven in de jaren waarin ik er zelf nogal intensief getuige van ben geweest: de jaren 1967-1970. Ik was er extra bij betrokken als disc jockey en als fotograaf van allerlei lokale en landelijke bands die in de stad optraden.

Een voor Nederland ongewone kant was de moeilijk grijpbare Belgische invloed ter plaatse. Een dancing met de naam St. Tropez kwam je elders ook wel tegen, maar dat rock 'n roll- en popgroepen in Tilburg namen hadden als Les Cruches en Les Copains was minder gebruikelijk. Les Cruches speelden daarbij gewoon het Engelstalige repertoire. De Alabama Song van The Doors* - 'Well, show me the way to the next whisky-bar' - was een van hun live succesnummers. De stad lag op een steenworp van de Belgische grens en vooral: er werd graag op stap gegaan in Antwerpen: volgepropte auto, 's avonds heen, 's nachts doorhalen, volgende dag terug. Sommige Tilburgse dj's gingen er in de haven op jacht naar platen die nog niet in de winkels lagen.

Maar nu de zwarte en de witte muziek. Laat ik beginnen met wat ik zelf draaide in de Hills Club, een grote zaal achter café De Looijersbeurs op De Heuvel in het centrum van de stad. De disco heeft onder deze naam maar een paar jaar bestaan en ik heb er in 1968-1969 misschien een jaar gewerkt, maar wel vier keer per week. Ik draaide de betere singles uit de Top Veertig, waar de Beatles en de Rolling Stones meestal bovenaan stonden, en verder zwarte soul en een beetje underground. De soulmuziek, al of niet uit de Top Veertig, schat ik op zo'n 40 procent van alles wat ik draaide. Aretha Franklin, The Supremes, The Four Tops, Otis Redding en de anderen kwamen elke dag voorbij. Dat was zo omdat het merendeels laag- of middelmatig opgeleide witte uitgaanspubliek een grote voorkeur voor zwarte soul had.

Ik moet eraan toevoegen dat ik bij mijn 'underground'-muziek ook de af en toe gedraaide zwarte blueszangers reken, zoals Muddy Waters en B.B. King. In de alternatieve kringen waartoe ik mezelf buiten 'werktijd' rekende, behoorden zwarte blues tot het standaardrepertoire. En dan vergeet ik nog bijna wat: de Hills Club was onder de naam Zaal De Looijersbeurs een voormalig 'vetkuiven'-bolwerk. Het publiek had uit Elvisfans bestaan, maar hield evengoed van andere rock 'n roll.

Elvis putte uit de zwarte en de witte muziek. Hij had in 1956 zijn eerste hit en eerste helft jaren zestig waren de zwarte artiesten Little Richard, Fats Domino en Chuck Berry in een Nederlandse provinciestad onder een lelieblank poplievend publiek al grote sterren.

Bij de Hills Club kwamen de oude vetkuiven niet meer, maar hun meisjes wel, zodat Chuck, Fats en Richard regelmatig werden gedraaid, al was Roy Orbison het meest populair, en beslist niet omdat Roy niet zwart was. Elvis draaide ik vrijwel niet - ten onrechte - daar heb ik eerder een stukje over geschreven in het blad Almost in Elvis.

Sommige studenten van nu schijnen het een hele kwestie te vinden dat er zowel zwarte als witte artiesten zijn. Er worden deftige studies aan gewijd, alleen zijn ze te rechtlijnig en hebben ze weinig met de realiteit van de muziekreceptie te maken.** Meer dan een halve eeuw geleden waren zwarte artiesten voor een doorsnee 'provinciaal' Tilburgs publiek van late tieners en twintigers met bescheiden opleiding volkomen vanzelfsprekend.

Met de soulmuziek was het anders dan met de rock 'n roll. Soul was en bleef zwart tot Amy Winehouse, maar was in Tilburg jarenlang favoriete (uitgaans)muziek van arbeidersjeugd en van 'kantoorpikkies', zoals wij hoger verhevenen met alternatieve voorkeuren hen noemden. De kantoorpikkies onderscheidden zich in werkelijkheid door een uitstekende smaak.

Waarbij ik me niet alleen baseer op mijn beperkte ervaring in voornoemde Hills Club. Ik kwam toen in al die tenten. Tilburg kende in de jaren zestig verschillende soorten uitgaansgelegenheden. Er waren tamelijk grote zalen voor zeg vijfhonderd mensen. Ze lagen achter een café of waren ontstaan als katholiek patronaatsgebouw. Je kon er dansen op live muziek. Vroeger hadden ze tamme dansorkestjes gehad, maar inmiddels speelden er vooral elektrieke popgroepen die bij de tijd waren, vaak ook landelijk bekende bands.

Dan had je discotheken waar de disc jockey de regie voerde, maar waar iedereen verder vooral boven de muziek uit stond te communiceren. De dansvloer werd gebruikt, maar was toch bijzaak. En dan was er de kleine versie hiervan: een café met disc jockey en een kleine dansvloer voor het geval dat. Overal was regelmatig soul te horen.

Er waren in Tilburg ook gelegenheden waar uitsluitend soulmuziek werd gedraaid omdat de witte bezoekers die muziek gewoon beter vonden, nergens anders om. Zelf ben ik ooit als dj ingevallen bij Scaramouche op de hoek van het Piusplein en de huidige Paleisring. Ik had er weinig aan mijn eigen platen, want hier moest van 's middags drie of vier uur tot sluitingstijd soul te horen zijn. Ook bij discotheek De Meulen op het NS-plein werd in die tijd voornamelijk of alleen maar soul gedraaid voor een vrijwel geheel wit publiek. In het boek Popmuziek in Tilburg 1960-2000 (p. 13) wordt vermeld dat in Club St. Tropez 'veel soul' wordt gedraaid.

Een verschijnsel dat ik toen nog niet kende, maar sommige van mijn collega's misschien al wel, was de Britse stroming die Northern Soul heette en die nog steeds een beetje voortleeft. Het was een beweging van Britse jongeren, vooral uit de industriesteden van Noord-Engeland, die helemaal opgingen in de vroege Amerikaanse zwarte soul.

Via zeelieden in Liverpool wisten dj's de meest obscure soulplaten, die soms in een totale oplage van maar een paar honderd stuks waren geperst, te bemachtigen. In de industriesteden waren grote afgeladen dancings waar uitsluitend soulmuziek klonk voor een wit publiek. En waar de dj de grote held was die een Amerikaans plaatje kon draaien dat niemand anders in Engeland had. Het onwaarschijnlijkste: een deel van het publiek was zo goed op de hoogte dat zo'n single meteen als iets bijzonders werd herkend. Prachtige tijden, toen doodgewone jongeren een passie voor muziek hadden, wie die ook had gemaakt.

* Oorspronkelijk van Kurt Weil en Bertolt Brecht.

** Een voorbeeld is Julian Schaap, Elvis has finally left the building.


Cafe-restaurant Oud Holland op het Tilburgse Piusplein begin jaren zestig. Werd omgebouwd tot cafe-dancing Scaramouche (foto Schmidlin).


NIEUW BOEK OVER THE KINKS

In november 2020 verschijnt bij Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum het definitieve Kinksboek in het Nederlands, geschreven door Dick van Veelen. Het bevat diverse foto's van The Kinks die ik in mei 1968 van hun optreden in de schouwburg van Sittard heb gemaakt.

Met de klok mee: Ray Davies, Peter Quaife, Dave Davies (foto's hans schoots, publicatie zonder toestemming verboden).


VAN FANFARE TOT SPETTERS
Studiejaar 2019/2020: voor mij als auteur was het leuk nieuws te horen dat mijn boek Van Fanfare tot Spetters. Een cultuurgeschiedenis van de jaren zestig en zeventig, in 2004 verschenen bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen/Eye Filmmuseum, na al die jaren nog steeds verplichte lectuur is voor het derde jaar van de Nederlandse Filmacademie. Het boek is ook als collegestof gebruikt op enkele universiteiten en hogescholen.

De gedrukte uitgave is uitverkocht. De volledige digitale publicatie van het boek is in gebruik via academia.edu


RADIO-INTERVIEW OVER VAN FANFARE TOT SPETTERS

In het radioprogramma OVT (Online te beluisteren)

MENSEN VAN MORGEN IN LEUVEN
Op donderdag 31 mei 2018 gingen Geert Buelens en Hans Schoots in gesprek over de film Mensen van Morgen (Kees Brusse, 1964) in het M-Museum in Leuven. Dit in het kader van het programma De jaren zestig in beeld. Geert Buelens is de auteur van het nieuwe standaardwerk De jaren zestig, een cultuurgeschiedenis (2018), Hans Schoots is de auteur van Van Fanfare tot Spetters, een cultuurgeschiedenis van de jaren zestig en zeventig (2004).

_________________________________________________________


HANS MAGNUS ENZENSBERGER 90 JAAR


Enzensberger thuis (foto Tina Ruisinger)

20-11-2019 - Er zijn nogal wat historische gebeurtenissen te herdenken dit jaar, van de val van De Muur en de ineenstorting van het communisme in Oost-Europa tot Tiananmen. En er was de 90ste verjaardag van Hans Magnus Enzensberger op 11 november. De altijd oorspronkelijke Duitse auteur behoorde kort na de oorlog al tot de Gruppe 47 (zoals wij de Vijftigers hadden, had Duitsland de 47-groep), is essayist, dichter, schrijver van een aanzienlijk aantal boeken, oprichter van het meest invloedrijke theorietijdschrift van de Duitse jaren zestig, Kursbuch, oprichter van andere periodieken, oprichter van Die Andere Bibliothek en ga zo maar door. En denker die niet in een hokje past.

Mij is zijn concept van het 'secundair analfabetisme' bijgebleven. Secundair analfabeten kunnen wel lezen en schrijven, ze hebben onderwijs genoten, maar kiezen er bewust voor af te zien van de culturele verheffing die daar volgens de Verlichting op moest volgen. Dat streven heeft niet gewerkt, zei Enzensberger, en dat hoeft ook niet. Grappig was zijn beschrijving van de televisie als Boeddhistische Machine. Toen velen de tv met minachting afschreven, noemde Enzensberger hem onmisbaar als meditatie-instrument voor de burger. In zijn boek Ach Europa! schreef hij dat het continent een 'patchwork' moest zijn, een verband waarin elk land zijn eigenheid behoudt. Of Europa zou niet zijn. Wijze woorden, die nu actueler zijn dan ooit.

Kort na de val van de muur was ik bij Enzensberger op bezoek voor een interview dat in Vrij Nederland en het Vlaamse dagblad De Morgen is verschenen. Hij woont in een goed maar weinig pretentieus appartement in de Münchense wijk Schwabing, vlakbij de Englischer Garten. Het gesprek ging over Europa, over de vereniging van Duitsland, zijn voorspellingen over hoe het Duitsland verder zou vergaan (deels uitgekomen, deels niet). En het ging, ook ambachtelijk, over zijn boekenreeks Die Andere Bibliothek. Een unieke serie van belangrijke, moeilijk uit te geven boeken, die bovendien helemaal volgens het oude drukkers- en bindershandwerk werden gemaakt.

Ik ging dan ook kort daarop langs bij zijn drukker en uitgever Franz Greno in Nördlingen, een kleine stad boven Augsburg in Zuid-Duitsland. Met een volledig intacte ronde ommuring uit de Middeleeuwen paste deze plaats met een oude drukkersgeschiedenis helemaal bij Enzensbergers notie dat tradities van belang zijn, in ieder geval bij de uitgave van boeken. Urenlang legde Greno me uit hoe hij ze maakte: loodzetsel met losse letters, oude boekdruk en prachtige banden, zonder dat er iets protserigs aan was. Over elk boek dat verscheen kwam een aparte gratis prospectus uit. Zo gezien waren de prijzen van Die Andere Bibliothek heel aanvaardbaar (toen meestal 32 D-Mark).* Ik bracht verslag uit van mijn bezoek in NRC Handelsblad en Boekblad.

Hans Magnus Enzensberger heeft altijd wel iets zinvols te zeggen, of je het nu met hem eens bent of niet, en dat wij zijn negentigste verjaardag mogen meemaken, is vooral verheugend voor ons.

* Enzensberger bleef samensteller van Die Andere Bibliothek tot 2007, waarna de reeks onder andere leiding doorging. Vanaf eind jaren negentig werden de boeken in offset gedrukt, maar vormgving en boekbindkunst zijn nog steeds uniek.


30 JAAR NA TIANANMEN
Op 7 juni 1989, drie dagen na de onderdrukking van de studentendemonstraties op Tiananmen, gaf ik mijn commentaar daarop in De Groene Amsterdammer. Lees verder...


MARCELINE LORIDAN-IVENS (1928-2018)
Zie voor mijn in memoriam De Filmkrant


BEVLOGEN UITGEVER JAN METS OVERLEDEN


Jan Mets, ca. 2014 (foto hans schoots)

Op 22 juli 2017 overleed uitgever Jan Mets. Lees verder...


DE IVENSMYTHE WORDT WEER MET KRACHT VERBREID
24-1-2020 - bewerkt - Door 'diplomatie' van de Europese Stichting Joris Ivens te Nijmegen heeft de Nederlandse filmmaker Joris Ivens op 16 januari 2020 postuum een Vriendschapsmedaille gekregen van de Vietnamese regering. Of Ivens hem bij leven had aangenomen, zullen we nooit weten, maar er is gegronde reden daaraan te twijfelen.

Dat zit zo. In 1978 viel Vietnam Cambodja aan, waar het horrorregime van Pol Pot heerste. Dat was deels veroveringsdrang, met als gelukkige bijkomstigheid dat zo meteen de Pol Potkliek werd verjaagd. China steunde om geopolitieke redenen Pol Pot - Vietnam was te pro-Russisch - en had er voorjaar 1979 zelfs een oorlog tegen Vietnam voor over om de Cambodjaanse dictator te steunen. De Chinese troepen werden na een aantal weken door de veel meer ervaren Vietnamezen teruggejaagd over de grens.

Joris Ivens vond dit allemaal uiterst pijnlijk, maar bleef aan Chinese kant staan. Van de Chinese aanval op Vietnam zei hij niets, van het Pol Potregime evenmin. Hij bleef tot 1988 een jaarlijkse vaste gast in Beijing; in Vietnam is hij nooit meer geweest. Zoals bekend heeft hij in 1989 wel het neerslaan van de studentenprotesten op Tiananmen in een open brief aan Beijing veroordeeld. Dat was mooi van hem.

Al deze toestanden hebben noch de Ivensstichting, noch de Vietnamese regering weerhouden van hun Vriendschapmedaille. Een interessante gemeenschappelijkheid.

De Ivensstichting is na een recent paleisrevolutietje weer helemaal in het offensief. Het speelt zich allemaal af op kabouterniveau, maar toch. Even was er intern de mogelijkheid tot nuancering en matiging geopperd, nota bene door een prominent Gelders SP-lid. Maar de dwarsligger werd weggezuiverd. Ik heb de tendens naar re-politisering in de Ivensstichting eerder gesignaleerd in het boekje Ivenspolitiek uit 2016, met name in hoofdstuk 4: 'Regressie en re-politisering'.

Joris Ivens (1898-1989) wordt weer te vuur en te zwaard verdedigd. Wat heet? Een van de resultaten hiervan is de voornoemde Vriendschapsmedaille die op de Vietnamese ambassade in Den Haag postuum aan een ver familielid van het slachtoffer werd overhandigd. Ivens' echtgenote en zijn broers en zusters zijn allen overleden en kinderen had hij niet, zodat de partijen vrij spel hadden. Tegenwoordig is een Vietnamese vriendschapsmedaille onder omstandigheden best voorstelbaar, maar in dit geval is hij niet te waarderen.

'De oorkonde is getekend door president Nguyen Phú Trong en eert Ivens vanwege zijn solidariteit en hulp gedurende de zware oorlogsjaren, voor hereniging van het land en voor de vrede.'

Het zijn, zoals meestal wanneer het om Ivens en politiek gaat, verbloemende woorden. Ivens was niet voor de vrede maar voor de volksoorlog, net als de Noord-Vietnamese communistische partijleiding in Hanoi. In het Westen bestond een grote beweging die vrede in Vietnam nastreefde en protesteerde tegen de Amerikaanse oorlogvoering. Mooi. Maar dat was een heel ander soort vrede als die waar Hanoi toen het oog op had. Dat wilde door inzet van het Noord-Vietnamese leger, gesteund door zuidelijke guerrilla's, een verenigde communistische eenpartijstaat vestigen.

Joris Ivens las indertijd vol vuur ideologische traktaten van zowat alle Vietnamese communistische partijleiders en verklaarde dat we er allemaal van moesten leren. Over wat hijzelf het propagandawerk in Europa noemde, rapporteerde hij rechtstreeks aan diezelfde partijleiding. Deze 'Rapporten' kunnen gewoon worden nagelezen in de archieven.

Er zat geen licht tussen Ivens' politieke opvattingen en die van het Centraal Comité in Hanoi. Zijn slecht begrepen Vietnamfilm De 17de breedtegraad gaat over de 'volksoorlog', maar er komen vrijwel alleen partijfunctionarissen in voor.

Alle Hanoise beloften voor een hereniging van Vietnam in samenspraak met de bevolking van het zuiden zijn direct ingetrokken nadat Noord-Vietnamese tanks in 1975 door de hekken van Zuid-Vietnamese regeringsgebouwen in Saigon denderden. Er werd een nieuwe dictatuur in het zuiden gevestigd, honderdduizenden verdwenen met bruut geweld in kampen en nog eens 800.000 mensen probeerden met wankele bootjes te ontsnappen. In totaal vertrokken twee miljoen vluchtelingen. Vrijwel alle Nederlands-Vietnamese medeburgers behoren daartoe.

Je kunt je afvragen of Ivens anno 2020 nog wel prijs had gesteld op een medaille die bedoeld is ter herinnering aan zijn toenmalige trouw aan het regime. De onder het Sovjetstalinisme aan Ivens toegekende 'Wereldvredesprijs', en de Leninprijs die hij in Moskou ontving, waren al geen aanbeveling. Het waren immers geen filmprijzen, ze dienden ter waardering van zijn politieke werk voor de Sovjetunie. Hij was er zelf in zijn laatste jaren niet bepaald trots meer op. Ook van Vietnam nam hij afstand, om goede en slechte redenen.

Maar wat maakt het uit, wordt nu gedacht. In Hanoi, Beijing en Nijmegen blijft Ivens een instrument ten dienste van de daar vigerende belangen. En dit keer kunnen we vaststellen dat het niet Ivens' eigen schuld is.


GEOFFREY DONALDSONS AUSTRALISCHE JAREN
Filmhistoricus Geoffrey Donaldson (1929-2002) drukte zijn stempel op de Nederlandse filmgeschiedschrijving, maar kwam oorspronkelijk uit Australië. Over hem verscheen eerder het boek Geoffrey Donaldson: een leven voor de film, samengesteld door Egbert Barten (2013). Zijn Australische jaren bleven daarin onderbelicht. Op de website van het Geoffrey Donaldson Instituut staat nu een tekst om dat hiaat te vullen (in verkorte versie, zonder de bronvermeldingen). Geschreven door ondergetekende en voor een belangrijk deel gebaseerd op research van Egbert Barten. Lees verder…

________________________________________________________

THE SIXTIES: 50 JAAR TEGENCULTUUR


Hippies in het Vondelpark (Cor Jaring 1967)

Lees hier enkele van mijn artikelen over de Sixties.

DE BESTE FILM OVER 'MEI 1968' IS...
Louis Malle, Milou en Mai (1990)

ACHTTIEN IN 1968: DE TILBURGSE SCENE
Tilburgse underground, de bezetting van de Tilburgse Hogeschool (nu Universiteit Tilburg) en impressies uit het Tilburgse popwereldje (volg straks op de rechterkant van de pagina ook de links 'Intussen elders in Tilburg'). Lees verder...

BURGEMEESTER VAN DER LAAN NOEMDE ZIJN HOND PROVO
Burgemeester Van der Laan noemde zijn hond Provo, maar had verder geen commentaar. Lees verder...

DEBAT 'DE ERFENIS VAN PROVO' BIJ SPUI25
Heeft Provo echt zoveel opgeleverd? In het debatcentrum van de Univerisiteit van Amsterdam waren de meningen verdeeld. Lees verder...

DE JAREN VIJFTIG WAREN NIET SUF
Vond de stille revolutie in werkelijkheid plaats in de jaren vijftig? Lees verder...

CONSTANTS NEW BABYLON: INTENSIEVE VEEHOUDERIJ
Lees in Hollands Maandblad (juni 2016) mijn artikel over het jaren zestigvisioen van de Spelende Mens.


Constant, Schets voor hangende sector, 1964

__________________________________________________
DE CULTUUR VAN MADRID
Voor de reiziger die verder wil kijken dan de oppervlakte van de Madrileense cultuur is het boek Ongenaakbaar Madrid onmisbaar.

Redactie Arjen Fortuin en Hans Schoots, met bijdragen van een groot aantal prominente Spanjekenners uit Nederland en Vlaanderen.

'In Ongenaakbaar Madrid is de liefde voor Madrid voelbaar aanwezig... Een onweerstaanbare uitnodiging tot een bezoek aan de stad...' (Ger Groot in NRC Handelsblad)


ARISTOCRATEN, YVERAARS EN SLIJMGASTEN - IN TIEN STAPPEN DOOR DE FRANSE TIJD (1794-1815)

Lees hier het gratis online boekje door Hans Schoots.

Een overzicht van de Franse Tijd in Nederland in tien hoofdstukken - oorspronkelijk artikelen in Historisch Nieuwsblad. Op basis van de actuele literatuur, aangevuld met links naar andere gratis boeken online en radioprogramma's.


PARIJS NA DE BEVRIJDING
De Britse historicus Antony Beevor heeft terecht veel aandacht en veel lezers getrokken met zijn boeken over de Slag bij Stalingrad en de ondergang van Berlijn in 1945. Zijn Nederlandse uitgever heeft daarna ook een boek van hem uit 1994 in vertaling uitgebracht: Parijs na de bevrijding. Bedoeld wordt de bevrijding van Parijs in 1944, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog. Opnieuw een bijzonder lezenswaardig boek. Lees verder...


ÉMILE ZOLA: JOURNALIST IN OORLOGSTIJD
De Franse schrijver Émile Zola werd behalve van zijn romans bekend door zijn stellingname in de Dreyfuss-affaire. In tijd van oorlog werkte hij ook als verslaggever. Lees verder...


EEN DIERBAAR SCHIP
Met grote droefenis geven wij bericht van het verscheiden van M.S. Lanai, te water gelaten in 1980. Naar nu pas blijkt is het schip voor het laatst gezien in juli 2014, varend in noordelijke richting in de Straat van Malakka onder de naam Baltic Novel, geregistreerd op het Caraibische eiland St. Vincent. Na 34 jaar trouwe dienst was het waarschijnlijk op weg naar de sloop in India of Bangladesh. De Lanai was een van de zeeschepen waaraan ik een steentje, althans een stukje staal, heb mogen bijdragen op scheepswerf Van der Giessen-de Noord te Krimpen aan den IJssel. (tekst verder na de foto)

Het was een prachtig gestroomlijnd koelschip dat in de jaren 1979-1980 werd gebouwd voor het vervoer van fruit. In die tijd was ik bij voornoemde werf in dienst als ijzerwerker. Dat vak bestaat kort gezegd uit het volgens de bouwtekeningen op maat tekenen en branden van staalplaten en die samen lassen tot onderdelen van een schip, zoals de kiel, de dekken, tussenwanden, deuren enzovoort. Je werkte altijd samen met een vaste partner. Mijn maat was Peter. Hij kwam elke dag met een busje uit Alblasserdam, ik kwam elke dag met een busje uit Rotterdam.

Met z'n tweeën kregen we van onze opzichter opdracht de letters van de naam Lanai op de voorsteven te lassen. Die letters van staal waren een meter of anderhalf hoog en lagen al ergens klaar om door ons te worden opgehaald. Twintig minuten na aanvang werktijd hadden we ze gevonden in een bak in de lasloods. Daarna begonnen we met zoeken. Het werd een van onze weinige vrije dagen bij Van der Giessen-de Noord. Her en der vragend of iemand de letters had gezien, zwierven we op ons gemak over het bedrijfsterrein, tot we aan het einde van de middag uitkwamen bij de bak die we 's ochtends al hadden zien staan. De volgende dag lasten we de letters erop.

Normaal werd er overigens heel gestaag en geconcentreerd doorgewerkt, behalve door een stel Joegoslavische collega's dat om tien uur 's ochtends al in het kleedhok om 25 gulden per pot kaartte met een literfles Johnny Walker tussen zich in.

In ieder geval waren de schepen van Van der Giessen-de Noord van bovengemiddelde kwaliteit en de Lanai heeft vele jaren over de wereldzeeën gevaren met de door Peter en mij aangebrachte naam voorop. Toen bij de tewaterlating een mevrouw een fles champagne tegen de wand gooide en zei: 'Ik doop u Lanai,' dachten wij er anders over.


SYMPOSIUM 75 JAAR SPAANSE BURGEROORLOG
Op vrijdag 20 mei 2011 werd bij Spui25, debatcentrum van de Universiteit van Amsterdam, een symposium gehouden naar aanleiding van het feit dat 75 jaar geleden op 17-18 juli 1936 de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. Deze strijd, die duurde tot 1939, geldt als aanloop naar de Tweede Wereldoorlog in Europa. De laatste tijd verschuift de interesse van historici naar Spanjes 'vooroorlogse' jaren: tussen 1931 en 1936 bestond in dat land even een moderne parlementaire democratie en de vraag klinkt waarom die ten onder ging.

Mijn lezing tijdens het symposium bij Spui25


ERIK VAN LIESHOUTS 'KUNST KRISE'
Bij de Berlijnse Galerie Guido W. Baudach is najaar 2011 het boek Erik van Lieshout, Kunst Krise Ivens Rietveld verschenen. Het is de tweedimensionale neerslag van Erik van Lieshouts installatie met dezelfde naam, waardoor eigenlijk een heel nieuw kunstwerk ontstaat. Aan het boek heb ik een tekst over filmmaker Joris Ivens en de Belgische mijnstreek de Borinage bijgedragen.

Voor meer historische achtergrond bij de verwantschap en het verschil tussen ontwerper-architect Gerrit Rietveld en Joris Ivens lees verder...



^