WELKOM OP DE WEBSITE VAN HANS SCHOOTS
onafhankelijk onderzoeker en schrijver


LAATSTE UPDATE DINSDAG 13 NOVEMBER 2018

Contact: hschoots@wxs.nl

Zie ook Publicatielijst
Check out Hans Schoots op Academia.edu




OP DEZE PAGINA:
Maoistische memoires ... internationale betrekkingen ... 9/11 ... Vietnam ... Koude Oorlog ... Tweede Wereldoorlog ... Spaanse Burgeroorlog ... Franse Tijd ... Moderne kunst en de ideologieën van de Twintigste Eeuw

OP DE NIEUWSPAGINA:
Sixties .
.. Stromenland ... Van Fanfare tot Spetters

 

Foto: Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaf auteur George Orwell commentaar voor de BBC >


'I tried strongly to impress on myself that I must always remember the principle of not arguing about words and their meanings, because such arguments are specious and insignificant.' (Karl Popper)



MAOISTISCHE MEMOIRES: 'HET BESTE WAT ER OVER HET NEDERLANDSE MAOISME GESCHREVEN IS'

REACTIES:

ZONDAG 9 SEPTEMBER BESPROKEN IN OVT RADIO 1

'Rare jongens waren het. Historicus Hans Schoots was van 1971 tot 1982 actief in dit wereldje en blikt kritisch en met ingehouden humor terug op deze tijd.'
Rob Hartmans, Historisch Nieuwsblad, 11-2018.

'Schoots vergelijkt de scherpslijperijen, talrijke schisma's en vele afkortingen in het militante milieu met de richtingenstrijd onder gereformeerden. [Hij] levert met Maoistische memoires een geslaagde terugblik op zijn rode jaren af.'
Rudie Kagie, Argus, 13-11-2018.

'Een boeiende geschiedschrijving in een toegankelijke schrijfstijl. De kritische beschouwing van de consequenties van dogmatisme en sektegedrag is leerzaam. Evenals de kritiek op het marxisme-leninisme en zijn ontaarding in communistische dwang- en moordsystemen.'
'Verrassend (en zeer herkenbaar) vind ik de archetypen van 'gedrevenheid': de extremist, de utopist en de radicale belangenbehartiger.'

Wouter ter Braake, woordvoerder Arbeidersmacht, Rotterdamse havenstaking 1970, ooit lid van het Centraal Comité van de KEN-ml.

'Zijn analyses voor Nederland zijn goed onderbouwd en hij weet ze met respect, moed en tederheid te formuleren. Zijn belangrijkste conclusies gelden echter voor iedere vergelijkbare sectaire beweging van zuiveren, religieus of politiek, binnen en buiten Europa.'
Jan van Duppen, voormalig redacteur bij PVDA/PTB (België), voormalig parlementslid SP.A. Zie voor veel meer: dupslog

'Het boek van Hans Schoots over maoistische sektes in één ruk uitgelezen.'
Sjaak van der Velden, vakbondshistoricus (IISG), Twitter 4-9-2018.

UIT HET PERSBERICHT:
Het Nederlandse maoïsme was en is een marginaal verschijnsel, maar het liet in de jaren zestig en zeventig geregeld luidruchtig van zich horen. Het had bovendien echo's in de landspolitiek: de Socialistische Partij is van zuiver maoïstische komaf en GroenLinks werd acht jaar door een voormalig maoïst geleid. In dit boek beschrijft Hans Schoots, met zijn eigen ervaringen als rode draad, op kritische wijze de geschiedenis van deze ondemocratische stroming vanuit de binnenkamers van de beweging zelf. Schoots was redacteur van het blad Rode Tribune, voorzitter van de afdeling Amsterdam van de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland-marxistisch-leninistisch (KEN-ml) en voorzitter van de Groep Marxisten Leninisten (GML/Rode Morgen).
In zijn boek gaat hij onder meer in op de vraag waarom mensen maoïst werden. Eén factor was naar zijn mening karakterologisch: met name 'extremisten', 'gelovigen-utopisten' en 'radicale belangenbehartigers' werden lid. Velen verlieten de universiteit om onder de arbeiders te gaan werken. Maar terwijl het Nederlandse maoïsme – uitgezonderd de Rode Jeugd – het terrorisme afwees, was er ook opmerkelijke fascinatie voor geweld. Schoots heeft verder nieuws te melden over de rol van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (nu AIVD).

Hans Schoots (1950) is historicus. Hij is auteur van onder meer de kritische biografie van filmmaker Joris Ivens (in vier talen verschenen), de biografie Bert Haanstra – Filmer van Nederland en Stromenland, de wereld rond de Westerschelde. Hij was vast medewerker van De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland en Historisch Nieuwsblad. Na 1982 keerde hij zich volledig af van het communisme.

Verschenen: 30 augustus 2018
Aantal pagina's: 277 in paperback
Winkelprijs: 20 euro
ISBN: 978-90-828646-0-1
Voor de boekhandel: leverbaar via het CB

Uitsluitend verkrijgbaar in de boekhandel of via internetboekhandels als bol.com


Voormalig maoïstisch stakingsleider Wouter ter Braake op het Gerrit Sterkmanplein in Rotterdam: 'Ik ben blij dat ik onbevangen 'ja' heb gezegd tegen je uitnodiging voor een interview.' (Foto Hans Schoots 2018)


Gerrit Sterkman (MLCN/KEN-ml), metaalarbeider bij scheepswerf Wilton Fijenoord en voorman in de buurtstrijd in het Rotterdamse Oude Westen, is de enige Nederlandse maoïst die officieel een plein naar zich vernoemd kreeg.


DERADICALISERING: TIPS VAN JASON W. IN DE VOLKSKRANT
1-10-2018 - Of Jason W, voormalig lid van de Hofstadgroep, oprecht is of niet weet ik niet, maar dat hij veel nuttigs over deradicalisering te zeggen heeft, staat vast. Ik moet er bij zeggen dat Jason W een jihadstrijder is geweest van een specifieke soort en dat zijn deradicaliseringstraject niet voor elke jihadist geldt. In mijn recente boek Maoïstische memoires heb ik onder de leden van voormalige extreem-linkse (maoïstische) organisaties drie typen onderscheiden: extremisten, gelovigen-utopisten en radicale belangenbehartigers. Elk mens is anders, maar in mijn waarneming zijn deze drie typen duidelijk te onderscheiden onder de mensen die door het maoïsme werden aangetrokken. De driedeling is mijns inziens ook hier bruikbaar.

Jason W is blijkens het interview met hem in de Volkskrant een 'gelovige-utopist' van het zuiverste water. Iemand die zich op zoek naar zingeving in de boeken verdiepte, maar vooral ook: iemand die langs dezelfde weg weer deradicaliseerde. Dat hij dit proces begrijpt, terwijl zelfs veel terrorisme- en radicalisme-experts dat niet doen, vind ik overtuigend. Hij zegt dat de deradicaliseringsprogramma's die her en der in de aanbieding zijn, geen enkel nut hebben. Daaraan moet worden toegevoegd: in ieder geval niet voor mensen als hij. De gelovige-utopist laat zich niet door tegenslag of druk van buiten van zijn overtuiging afbrengen. Zoals Jason W treffend zegt (radioprogramma Argos, 29-9-2018) vallen persoon en ideologie voor zo iemand volledig samen. Het is niet een meninkje dat je aflegt, je zult je zekerheden in zulke gevallen met des te grotere felheid tegenover de buitenwereld verdedigen. 'Het gaat om de waarheid,' zoals Jason W zegt.

Jason W's deradicalisering vind ik herkenbaar. De gelovige-utopist verandert naar aanleiding van eigen opkomende twijfels, misschien beginnend bij een klein aspect van de leer, gaat in die ideeënwereld met grote gedrevenheid op zoek naar een antwoord op de gerezen vraag, en van het een komt het ander. Hij weet, het bedrog eenmaal ontdekt, uitstekend uit te leggen wat er aan de leer mis was.

Maar er zijn ook andere jihadisten. Naast de gelovige-utopist zijn dat de extremist en de radicale belangenbehartiger, en achter de drie typen komen de meelopers. De radicale belangenbehartiger speelt voor het jihadisme in Nederland geen grote rol omdat je daarvoor in het openbaar actief moet kunnen zijn. Maar in organisaties als Hamas en zelfs IS in het Midden-Oosten zijn ze niet te onderschatten: dat de bevolking van de Gazastrook ooit voor Hamas koos, was grotendeels gevolg van de met overtuiging opgezette sociale hulpprogramma's.

Blijft over de extremist. Voor de extremist is de strijd geen middel om een ideaal te bereiken, hij is geen gelovige maar geniet van de extremiteit, de strijd zelf is het doel. Alleen al het rechtlijnig redeneren schept vreugde, vaak samengaand met een verlangen naar geweld. Het is een manier van zelfexpressie. Voor zulke lieden zou een op de persoon gericht alternatief er misschien voor kunnen zorgen dat ze de jihad de rug toe keren. Wel zullen velen altijd iets extreems houden, misschien op een totaal ander terrein en zonder schade te veroorzaken.

Naast de drie basistypen die ik waarneem, zijn er andere factoren waardoor in de jaren zestig en zeventig linkse activisten maoïst werden. In Maoïstische memoires noem ik er acht, waarvan de meeste ook voor jihadisten gelden.


DE PUBLIEKE OPINIE MOEST EN ZOU 'DE GEMATIGDE KRACHTEN' IN SYRIË STEUNEN, AL BESTONDEN ZE NAUWELIJKS.
NU KRIJGT HET KABINET DE SCHULD
11-10-2018 - Vanaf het begin van de Syrische burgeroorlog geloofde de Nederlandse publieke opinie bijna unisono dat hier sprake was van een grootse democratische opstand tegen een dictatoriaal regime. Bovendien werd het reëel mogelijk geacht dat die gedroomde oppositie zou winnen. Dit was vanaf het begin een vrijblijvende fantasie vanuit de leunstoel. President Barack Obama werd daarbij verweten dat hij niet genoeg 'ingreep'. Die Schoots kan gemakkelijk praten achteraf, zult u zeggen. Daarom verwijs ik naar hieronder te vinden stukjes die al jaren geleden op deze website zijn verschenen.

De spontane demonstraties tegen Assad die in 2011 onder invloed van de zogeheten Arabische Lente ontstonden en die bruut werden onderdrukt, leken ook in dat land een teken van op handen zijnde verandering, liefst in de richting van een westerse democratie. Maar in Egypte betekende democratie het aan de macht komen van de Moslim Broederschap en in Syriës burgeroorlog waren de gewenste moderne democratische krachten algauw een kleine minderheid. De meeste opposanten waren jihadisten van allerlei soort. De enige niet-jihadistische factor van formaat waren de Koerden, die het op de eerste plaats ging om hun eigen autonomie.

BBC News waagde het in 2015-2016 de vraag op te werpen hoeveel gematigden er nu eigenlijk waren onder de strijdende Syrische partijen. De Britse regering kwam toen met een vaag getal. Deskundigen zeiden toen al dat dit veel te hoog was. We kunnen nu na het recente onderzoek van het televisieprogramma NOS Nieuwsuur vermoeden dat in dat getal inderdaad een aanzienlijk deel ordinaire jihadisten zat. Dat in de chaos van de burgeroorlog Nederlands steungeld voor de gematigden bij jihadisten terecht is gekomen, is betreurenswaardig, maar niet zo heel vreemd. Bijna iedereen wilde met alle geweld dat er democratische krachten waren die er vrijwel niet waren. Niet in de laatste plaats ook in programma's als Nieuwsuur. Het zou lichtelijk hypocriet zijn wanneer het kabinet – naarstig zoekend naar mogelijkheden om aan de vraag vanuit de samenleving tegemoet te komen – nu zou worden afgestraft omdat er onbedoeld steun bij jihadisten terecht is gekomen. Had het kabinet een realistischer standpunt ingenomen - wat het had moeten doen - en gezegd dat er weinig te steunen viel, dan zou er alom afschuw over zoveel cynisme hebben geklonken.


50 JAAR 1968: VIETNAMOORLOG


Vietnam 1968: het Tet-offensief en de Ho Chi Minh-route.

PETER ARNETT - LIVE FROM THE BATTLEFIELD
Toen Peter Arnett wereldberoemd werd met live-verslagen van de bombardementen op Bagdad in de Eerste Golfoorlog, was hij al dertig jaar oorlogsverslaggever. De helft van zijn memoires Live from the Battlefield gaan over Vietnam, waar hij van 1962 tot 1975 werkte. Lees verder...

APOCALYPSE NOW: 'HET ULTIEME THEMAPARK'
Francis Ford Coppola's Apocalypse Now blijft een grootse film over het menselijk tekort, maar wie, voor zover via een speelfilm mogelijk, dichter bij de realiteit van de Vietnamoorlog wil komen, kan misschien beter Full Metal Jacket, Platoon of The Deerhunter bekijken. Lees verder...

JORIS IVENS AND VIETNAM: ENTANGLEMENTS AT THE SEVENTEENTH PARALLEL
Filmmakers Joris Ivens and Marceline Loridan hardly knew the backgrounds of the war that was raging at Vietnams seventeenth parallel, but made an influential film about it. Continue...

NAWEEËN VAN DE VIETNAMOORLOG: IVENS' PRISONERS DILEMMA
Over Amerikaanse krijgsgevangenen in Noord-Vietnam. Lees verder... English follows Dutch


BYEBYEFACEBOOK
Ik ben al jaren van Facebook af en het bevalt geweldig!

byebyefacebook


200 JAAR EERSTE NEDERLANDSE GRONDWET
Op 1 mei 1798 werd onder ongewone omstandigheden de Staatsregeling van kracht, de eerste Nederlandse grondwet. Lees verder...


'Feest der alliantie tussen de Fransche en Bataafsche republieken.' Plein der Revolutie (de Dam), Amsterdam 1795.

Zie voor een geschiedenis van de Franse Tijd: Aristocraten, yveraars en slijmgasten: in tien stappen door de Franse Tijd


DE PRESIDENT TWITTERT, DE GENERAALS MAKEN BELEID
In zijn eerste jaar als president verliet Donald Trump zich op het gebied van internationale veiligheid nog vooral op relatief onafhankelijke experts. Maar in maart 2018 werd nationaal veiligheidsadviseur Herbert McMaster vervangen door de Republikeinse havik John Bolton en minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson is vervangen door CIA-chef en Tea Party-republikein Mike Pompeo. Hieronder mijn stuk over de toestand in 2017.

24-4-2017/19-9-2017 - Nu de spanningen in de wereld verder toenemen, is eens te meer een prangende vraag wie het in de Verenigde Staten voor het zeggen heeft in militaire zaken. Donald Trumps chief of staff in het Witte Huis is generaal John Kelly, zijn minister van Defensie is generaal James Mattis en een van de gezichtsbepalende figuren is ook generaal H.R. McMaster, de adviseur Nationale Veiligheid.

Op 13 april 2017 werd in Oost-Afghanistan een MOAB gedropt, de 'Mother Of All Bombs', althans de moeder van alle conventionele bommen. 'Typisch Trump,' was de algemene reactie in de Nederlandse en de buitenlandse media, en er werden allerlei speculaties over de bedoelingen van de Amerikaanse president op losgelaten. Een paar dagen later meldden de New York Times en de Washington Post, door weinigen waargenomen, dat de MOAB was gebruikt op bevel van de Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, generaal John Nicholson, en dat de president niet bij de beslissing betrokken was. Waaraan kan worden toegevoegd: en dat ook helemaal niet erg vond.

Trump heeft vanaf het begin van zijn ambtstermijn laten blijken dat hij met name zijn generaals veel eigen ruimte wil geven. Het begon ermee dat hij in een handomdraai van zijn enthousiasme voor waterboarden terugkwam toen minister van Defensie James Mattis zei er tegen te zijn. Trumps argument om van mening te veranderen: de experts weten het beter.

Op 9 mei 2017 maakte de Washington Post bekend dat de militaire en buitenlandadviseurs van het Witte Huis het voortaan aan het Pentagon en de bevelhebbers overlaten hoeveel troepen er in Afghanistan nodig zijn, ook wanneer dat troepenuitbreiding betekent.

In augustus 2017 stond in het onafhankelijke Amerikaanse defensieblad Marine Times een artikel over de waarschuwingen die Donald Trump had gericht aan het adres van Noord-Korea. Het blad schreef: de president dreigt, maar de strijdkrachten weten van niks. Waarna werd uitgelegd dat er nergens specifieke voorbereidingen werden getroffen om die dreigementen ook werkelijk ten uitvoer te brengen.

In de Amerikaanse buitenlandse- en defensiepolitiek bestaan twee werkelijkheden: Donald Trump reageert per twitter heftig op allerlei ontwikkelingen, maar doet dit eigenlijk vooral op persoonlijke titel, en dan is er het beleid, dat daar in veel opzichten los van staat. Soms komen de presidentiele explosies er per ongeluk goed bij van pas, meestal veroorzaken ze alleen maar moeilijkheden.

De verhoudingen tussen de president, zijn adviseurs, het Pentagon, het State Department en de opperbevelhebbers van de strijdkrachten (de 'Joint Chiefs of Staff' van landmacht, luchtmacht, marine en marinierskorps) kregen stap voor stap vorm nadat Trump in februari generaal H.R. McMaster benoemde tot zijn Nationaal Veiligheidsadviseur. Door rechtsradicalen binnen het Witte Huis zoals Steve Bannon werd McMaster algauw als vijand aangewezen. Te begrijpen: een van McMasters eerste maatregelen was Bannon uit de Nationale Veiligheidsraad verwijderen.

H.R. (Herbert) McMaster (1962) heeft een grote staat van dienst als bevelvoerend landmachtofficier in de Irakoorlog, waar hij bekend raakte als een man die met originele ideeën successen op het slagveld boekte en zich niet altijd volgzaam toonde tegenover zijn superieuren. Hij werkte verder op het hoofdkwartier van ISAF in Kabul en terug in de Verenigde Staten hield hij zich in verschillende functies bezig met militaire opleiding, onderzoek en strategieontwikkeling. McMaster is een soort intellectueel in militaire kring.

IHet doel van de stappen die McMaster in het Witte Huis neemt, kunnen we vermoeden door een boek te lezen dat hij al twintig jaar terug schreef: Dereliction of Duty. Lyndon Johnson, Robert McNamara, the Joint Chiefs of Staff, and the Lies that led to Vietnam (1997). Om uit te komen bij McMasters visie op de huidige toestand, is een omweg via dit boek erg verhelderend, omdat niets erop wijst dat hij sindsdien van mening is veranderd. Het laat aan de hand van Vietnam zien hoe het militaire besluitvormingsproces volgens McMaster dient te verlopen, en hoe niet. Het gaat vooral over beslissingsstructuren in Washington en veel minder over miilitaire strategie. (Lees verder na de afbeelding.)


Herbert McMaster is niet erg te spreken over v.l.n.r. Lyndon Johnson, John Kennedy en Robert McNamara.

Het boek Dereliction of Duty (plichtsverzuim) is een bewerking van McMasters proefschrift aan de Universiteit van North Carolina (Chapel Hill) en werd indertijd ook door democratisch georienteerde kranten als de New York Times en de Washington Post positief ontvangen. Op basis van vele primaire bronnen ontrafelt hij in Dereliction of Duty het besluitvormingsproces onder Kennedy en Johnson, van week tot week en soms van uur tot uur. Het boek beslaat de periode van 1960 tot zomer 1965, de beginjaren van de Vietnamoorlog. McMaster schrijft: 'De oorlog in Vietnam werd niet verloren op het slagveld en evenmin op de voorpagina's van de New York Times en de campussen van de universiteiten. Hij werd verloren in Washington D.C., zelfs al voor Amerikanen in 1965 de complete verantwoordelijkheid voor de strijd op zich namen en voor ze beseften dat ze in oorlog waren.' De belangrijkste verantwoordelijken daarvoor waren naar zijn oordeel de presidenten John F. Kennedy en Lyndon B. Johnson, met minister van Defensie Robert McNamara als goede derde. Ook de gezamenlijke opperbevelhebbers waren volgens McMaster medeverantwoordelijk, maar toch vooral in tweede instantie. Ze bleven teveel steken in onderlinge rivaliteit tussen de krijgsmachtonderdelen terwijl ze zich samen hadden moeten verzetten tegen de gang van zaken in het Witte Huis en het Pentagon. De president is weliswaar Commander-in-chief, aldus McMaster, maar de opperbevelhebbers hebben volgens de grondwet ook rechtstreeks verantwoording af te leggen aan het Congres. Dit laatste deden ze niet: ze volgden de wens van president Johnson om het Congres en het publiek zoveel mogelijk in het ongewisse te laten over de werkelijke stand van zaken in Vietnam en onthielden het Congres hun eigen visie op de situatie.

Lyndon Johnson nam na de moord op John Kennedy de bevelsstructuur over zoals die toen in grote lijnen al door zijn voorganger was ingericht. McMaster stelt dat de presidenten en hun naaste burgermedewerkers de militaire experts zoveel mogelijk buiten de deur probeerden te houden. Ze namen de beslissingen op defensiegebied in de Oval Office in overleg met vertrouwelingen, onder wie minister van Defensie McNamara, maar veelal in afwezigheid van de opperbevelhebbers van de strijdkrachten. De door Kennedy tot hoofd van de Chiefs of Staff benoemde Maxwell Taylor – voormalig opperbevelhebber van de landmacht – werd door de bevelhebbers als een stroman van de president beschouwd die de toegang tot het Witte Huis extra blokkeerde. Minister van Defensie McNamara had volgens McMaster ongetwijfeld grote talenten in het leiden van de Ford autofabrieken (zijn vorige baan) maar wist niets van militaire tactiek en strategie. Niet erg, maar McNamara zelf dacht dat hij het juist beter wist dan de professionals. Toen de strijd in Vietnam eenmaal begonnen was, gingen niet te voorziene omstandigheden, zoals acties van de tegenstander, een rol spelen, zegt McMaster, 'maar McNamara zag de oorlog als een gewoon zakelijk managementprobleem dat, naar hij aannam, onderworpen zou worden aan zijn redelijke oordeel en aan de rationele calculaties die anderen voor hem uitvoerden. Hij en zijn assistenten dachten dat ze met grote nauwkeurigheid konden berekenen hoeveel geweld er in Vietnam nodig was om het gewenste resultaat te bereiken en ze dachten dat ze dit geweld met grote precisie konden controleren van het andere einde van de wereld.'

Hierbij moet wel gezegd worden dat McNamara ook zijn verdiensten had: tot heil van de mensheid maakte hij het eerder ontwikkelde idee van de flexible response tot leidraad voor de strategie tegenover de Sovjetunie. Wat overigens een drastische, impopulaire verhoging van het defensiebudget nodig maakte. Op militaire acties van de andere kant zou voortaan proportioneel worden gereageerd en niet volgens de heersende strategie van massive retaliation , die neerkwam op een automatische atoomoorlog na Sovjetagressie. Maar McNamara dacht deze wat rekenkundige benadering ook te kunnen toepassen in Vietnam, waarbij hij ervan uitging dat goed gedoseerde Amerikaanse macht, onder meer via bombardementen op het noorden, Noord-Vietnam en de Vietcong tot toegeven zou dwingen. Wat hij en het Witte Huis niet begrepen, zegt McMaster terecht, was dat Hanoi de strijd hoe dan ook tot het bittere einde zou voeren.

Het cliché dat politici en burgers minder willen en militairen meer, klopt voor Vietnam maar half. De opperbevelhebber van de mariniers David Shoup zei in 1962 nog: 'Raak in geen geval betrokken in een landoorlog in Zuid-Oost Azië.' Op 8 maart 1965 werden de mariniers zoals bekend aan land gestuurd bij het Vietnamese Da Nang. De bevelhebbers vonden vooral: doe het zo dat het militair succes kan hebben, of doe het niet. Hoe dat was, daar waren ze het onderling niet over eens. Volgens McMaster waren er maar twee opties: een overwinning op de grond in Zuid-Vietnam nastreven of er niet aan beginnen. Onderwijl liet president Johnson zich bij zijn beslissingen bovendien sterk leiden door zijn streven voor het Congres en het publiek te verbergen dat er oorlog was. Resultaat was halfslachtigheid. McMaster ergert zich aan de toenmalige politieke leiding, maar zijn algemene conclusies gaan veel verder: politieke leiders geven weliswaar de richting aan, het feitelijke militaire optreden moet veel meer worden bepaald door de expertise van de bevelhebbers van de strijdkrachten. Verder moet de militaire leiding haar opvattingen delen met het Congres, ook wanneer ze niet stroken met die van de president.

Of McMaster gelijk heeft in zijn analyse van de Vietnamoorlog is hier bijzaak. Dereliction of Duty is actueel vanwege zijn grote voorspellende waarde ten aanzien van de beslissingsstructuren zoals ze nu onder zijn invloed in Washington ontstaan. Alles wijst erop dat de huidige adviseur voor Nationale Veiligheid de in zijn boek neergelegde visie op de taakverdeling tussen de president, zijn adviseurs, de betrokken ministers en de opperbevelhebbers vrij exact aan het realiseren is. En de president daar ook mee akkoord gaat. Wanneer Donald Trump op het gebied van defensie – en deels dus ook internationale politiek – overeenkomstig McMasters opvattingen veel overlaat aan de militaire deskundigen, zal dat voor velen een opluchting zijn. Het is een teken dat niet alles afhankelijk is van de grillen van de president en het Amerikaanse systeem nog redelijk functioneert.

Maar toch niet helemaal. Naast militaire deskundigheid blijft er ook nog zoiets bestaan als politieke verantwoordelijkheid. Ooit, in 1950-1951, meende generaal Douglas MacArthur zeker te weten dat China zich niet in de Korea-oorlog zou mengen. In strijd met de richtlijnen uit Washington trok hj op naar de grensrivier Yalu. Maar de Chinezen mengden zich wel in de strijd, waardoor MacArthurs troepen enorme verliezen leden en terug moesten trekken naar de 38ste breedtegraad (nu nog de bestandslijn tussen noord en zuid) Waarop MacArthur vond dat er dan maar atoombommen gegooid moesten worden. Kort daarna werd hij door president Harry Truman ontslagen. Wanneer naast de militaire deskundigheid de politieke verantwoordelijkheid ontbreekt, komen er nieuwe zorgen aan.


'MOSKOU EN PEKING NIET HELEMAAL ONSCHULDIG AAN NOORD-KOREAANSE ATOOMPROEVEN'
3-9-2017/22-9-2017 - Een dag voor de nieuwste (zesde) atoomproef van Noord-Korea, schreef buitenlandredacteur Klaus-Dieter Frankenberger in de Frankfurter Allgemeine een behartenswaardige column onder de titel:

EENZIJDIG APPÈL
'Moskou en Peking zijn niet helemaal onschuldig aan de atoom- en rakettenkoorts van Kim Jong-un. Klaarblijkelijk zijn ze nog steeds bereid een atoommacht Noord-Korea te accepteren.

'Binnen enkele maanden zal Noord-Korea over de capaciteit beschikken lange afstandsraketten met atoomkoppen in te zetten. Daar is de Franse regering van overtuigd. De atomaire dreiging zou daarmee toenemen, ook voor Europa. En wat dan?

'Wat betekent het eigenlijk voor Rusland en China, de twee machten die tot nu toe niet werkelijk hebben gebroken met het regime in Pyongyang? De leiders in Moskou en Peking mogen zich ongemakkelijk voelen bij de atoom- en rakettenkoorts van dictator Kim Jong-un, maar ze zijn er natuurlijk niet helemaal onschuldig aan dat hij kon uitbreken. Daarbij past dat ze hun appèls tot matiging vooral richten aan de Verenigde Staten (en hun bondgenoten).

'Misschien leiden druk en militaire retoriek nergens toe. Maar laten we ons eens voorstellen dat er raketten die met kernkoppen kunnen worden uitgerust over hún landen geschoten zouden zijn. Hoe zouden zij zelf hebben gereageerd?

'Het ziet er nog steeds naar uit dat Rusland en China zonder meer bereid zijn een atoommacht Noord-Korea die over bijpassende raketsystemen beschikt, te accepteren. Tot zover het streven de verspreiding van kernwapens tegen te gaan.'

Tot zover ook Frankenberger. Het is inderdaad opmerkelijk dat uit voornoemde hoofdsteden, maar ook in een deel van de Westerse media, wordt gedaan alsof het logisch is dat vooral de Verenigde Staten en anderen bestraffend worden toegesproken wanneer het om Noord-Korea gaat. (Lees verder na de afbeelding)

Kim Jong-un en zijn voorgangers zijn al ongeveer vier decennia met hun atoomwapenprogramma bezig. Van ene Donald Trump was nog geen sprake. Onder de presidenten George Bush en Barack Obama zijn alle pogingen mislukt om via onderhandelingen, diplomatie en massale humanitaire steun aan Noord-Korea een streep te zetten onder het atoomwapenprogramma van dit land. Ondanks alle Noord-Koreaanse raketlanceringen en bomproeven is er vanuit het Westen en in de internationale gemeenschap terughoudend gereageerd met voor de hand liggende sancties. En Donald Trump roept natuurlijk als gewoonlijk grote woorden in een taal die sommigen de gelegenheid geeft te doen alsof Noord-Korea een soort slachtoffer is.

In werkelijkheid gaat Kim Jong-un al die jaren al doodgewoon door met zijn provocatieve beleid, wat anderen ook doen. Het recente afschieten van raketten over bewoond Japans gebied is geen dreigen meer, het is al een vorm van agressie - waarop nogmaals terughoudend werd gereageerd. Op 14 september 2017 verklaarde Pyongyang daar ook nog bij dat 'de vier eilanden van Japan in de zee moeten worden verzonken door de nucleaire bom van Juche'* en dat de Verenigde Staten moesten 'worden doodgeslagen als een dolle hond' (citaten uit dagblad The Guardian). Intussen is er geen enkele legitieme reden voor Pyongyang om anderen met atoomaanvallen te bedreigen, laat staan zich daar praktisch op voor te bereiden. Noord-Korea wordt door niemand belaagd, het ligt de facto beschermd in de Chinese invloedssfeer en de enige die het op hoge toon over hereniging van Noord- en Zuid-Korea heeft, en zelf nog maar enkele weken geleden zei zich daar militair op voor te bereiden, is het regime in Pyongyang. In dit geval ging het over geheime miltaire elite-eenheden bedoeld om in Zuid-Korea te opereren.

Dat er op gezette tijden grote militaire oefeningen worden gehouden door de Verenigde Staten, Zuid-Korea en Japan, is in dit licht niet zo heel vreemd. Het voorstel van Rusland en China om die oefeningen te staken om zo de Noord-Koreaanse dictator mild te stemmen, is een omkering van zaken. Het roept de vraag op of zij, met Kim Jong-ils atoomwapens als onuitgesproken argument, vooral uit zijn op het versterken van hun eigen strategische positie in Oost-Azie en het verzwakken van die van de Verenigde Staten, Japan en anderen. Poetin heeft op de Krim, in Oekraine en Syrie al laten zien dat hij een meester is in het grijpen van het moment tot meerdere glorie van Rusland.

De pogingen om de verantwoordelijkheid voor wat er rond Noord-Korea gebeurt te verleggen naar de Verenigde Staten lijken er vooral op gericht verdeeldheid in het Westen te zaaien. We doen er verstandig aan daar niet teveel in mee te gaan.

* Juche is de staatsideologie van Noord-Korea, een mengsel van orthodox marxisme-leninisme, leiderscultus en nationaal isolement tot deugd verheven.


MAAR...
De betrekkingen tussen Noord-Korea en China zijn ingewikkeld. Lees verder...


NOORD-KOREA: DE MACHTSTHEORETICI ONTGAAT IETS
15-4-2017 (licht gewijzigd) - Niet ten onrechte vermoedt de Noord-Koreaspecialist en Leids hoogleraar Remco Breuker dat het risico op een confrontatie rond Noord-Korea met de dag groeit. Noord-Korea maakt vorderingen op technologisch gebied waardoor het land op afzienbare termijn niet alleen een atomaire bedreiging voor Zuid-Korea en Japan vormt, maar ook voor de Verenigde Staten. Wanneer Kim Jong-un en de zijnen de capaciteit eenmaal echt in handen hebben, is Los Angeles in last. Vooral omdat de Noord-Koreaanse politiek niet voldoet aan elders gangbare normen.

Hierover wordt door de machtstheoretici iets te licht gedacht. Zij gaan ervan uit dat elk land uiteindelijk zo verstandig is zich te richten naar de reële machtsverhoudingen en de existentiële belangen van land en volk, of desnoods alleen van het regime zelf. Deze denkwijze volstaat bij Noord-Korea niet omdat hij de betekenis van de ideologie en het sektarische denken negeert. Kim Jong-un staat zichzelf toe verderfelijke Westerse films te bekijken die hij zijn onderdanen met ideologische argumenten onthoudt. Overigens een frappante parallel met het gedrag van Jiang Qing, de zelfs voor toenmalige Chinese begrippen radicale echtgenote van Mao Zedong. Toch is er reden ervan uit te gaan dat zulke leiders op zijn minst voor een deel - en met veel fanatisme - geloven in wat ze prediken. Hoe extremistischer, hoe verder hun denkbeelden van de werkelijkheid verwijderd zijn, maar hoe hardnekkiger ze eraan vasthouden. In dit geval gaat het om een combinatie van ouderwets marxisme-leninisme, oude regionale gebruiken, leiderscultus en een giftig mengsel van grootheidswaan en nationaal isolationisme.

In het geval van Noord-Korea behoort bij dit isolationisme de overtuiging dat het land al meer dan een halve eeuw is omsingeld door imperialistische vijanden die het zogeheten socialisme er willen vernietigen. In werkelijkheid ligt Noord-Korea beschermd binnen de Chinese invloedssfeer en heeft niemand behoefte daar verandering in te brengen.

Maar hele of halve gelovigen kunnen vanuit zo'n waandenkbeeld een rigide uitleg geven aan gedachten als: 'Liever staande sterven, dan op de knieën verder leven' of 'Dan liever de lucht in!'. En totalitaire leiders kunnen hun bevolking, al of niet tegen haar zin, meeslepen de ondergang tegemoet.

Een horrorscenario dat niet uitgesloten kan worden, is bijvoorbeeld dat van de zelfdestructie. Denk aan de sekte van de Amerikaan Jim Jones, die in 1978 meer dan 900 sekteleden tot een massale zelfmoord dreef. Noord-Korea is een machtsfactor in Oost-Azië met een heleboel kenmerken die je in een ander land ook ziet. Maar er zal rekening mee moeten worden gehouden dat het tevens veel weg heeft van een sekte die in zijn grillige vijanddenken kan concluderen: dan maar de lucht in, met jullie erbij. Dit soort denken is een van de redenen waarom Beijing maar beperkte invloed heeft op wat Kim Jong-un doet of nalaat, en waardoor de vraag opdoemt wanneer het gevaarlijker wordt niets te doen dan iets te doen. Een duivels dilemma.

Zie ook: Ian Buruma - 'Voor kim Jong-un is vernietiging beter dan overgave.' Lees verder...

Zie ook: Guus Hiddink verslaat Kim Jong-il


SOMMIGE DINGEN HAD HILLARY NET ZO GEDAAN


Minister van Buitenlandse Zaken Clinton in Zuid-Korea

12-8-2017 - Veel wat onder president Donald Trump op militair gebied is gebeurd, zou ook onder president Hillary Clinton ongeveer zo hebben plaatsgevonden. Zoals de raketaanval op Assads vliegveld in Syrië, het intensiveren van de strijd tegen IS, het droppen van de conventionele MOAB ('Mother of All Bombs') in Afghanistan, de (beperkte) uitbreiding van de Amerikaanse troepen in dat land et cetera. Trump is opgeschoven in een richting die Clinton altijd al voorstond en die dichter bij de opvattingen in de leiding van de Amerikaanse krijgsmacht ligt dan de zijne. Of Clinton bereid was geweest Saudie-Arabië een zo waanzinnige hoeveelheid wapens te verkopen is wel een vraag. En het conflict met Noord-Korea zou ze ongetwijfeld heel duidelijk, maar minder geagiteerd hebben aangepakt.


DE CULTUUR VAN MADRID
Voor de reiziger die verder wil kijken dan de oppervlakte van de Madrileense cultuur is het boek Ongenaakbaar Madrid onmisbaar.

Redactie Arjen Fortuin en Hans Schoots, met bijdragen van een groot aantal prominente Spanjekenners uit Nederland en Vlaanderen.

'In Ongenaakbaar Madrid is de liefde voor Madrid voelbaar aanwezig... Een onweerstaanbare uitnodiging tot een bezoek aan de stad...' (Ger Groot in NRC Handelsblad)

Inhoudsopgave... (boek is alleen nog antiquarisch verkrijgbaar)


OVERMOED EN ONBEHAGEN
24-6-2017 - Het is een vreemde gewaarwording, dat plotseling teruggekeerde optimisme bij zoveel politici en commentatoren over de schone toekomst van de Europese Unie. Europa is goed en noodzakelijk, maar met mate. In Brussel wordt nu alweer over verdergaande politieke integratie gesproken alsof er nooit een vuiltje aan de lucht is geweest. Het lijkt wel of is vergeten dat de stemming een half jaar geleden nog volledig omgekeerd was. Het onheil was overal en de boze gewone man was op ieders lippen. Toen maakte ik bezwaar tegen dat beeld (zie hieronder bij 1-1-2017) en schreef: 'De obsessie waarmee ook een deel van de pers deze redenering volgt is stuitend. Allereerst omdat hiermee een frame aan het publiek wordt opgedrongen dat schade berokkent aan het politieke proces in Nederland. Maar vooral omdat de overgrote meerderheid van gewone mannen en vrouwen die er anders over denkt zo opzij wordt gezet.' Toen was men gefixeerd op de boze man of vrouw, nu hebben deels dezelfde politici, commentatoren en journalisten het er niet meer over. Ze lijken alweer te zijn afgestapt van wat wél een belangrijk besef was: ook deze ontevredenen behoren tot de basis van de EU en hun onvrede moet serieus worden genomen.

Natuurlijk mogen we blij zijn dat de PVV niet de grootste is geworden bij de Nederlandse verkiezingen en dat Macron in het Elysée zit en niet Le Pen. Maar er kan niet worden teruggekeerd naar vroeger tijden, waarin de Europese eenwording zich voor het grootste deel buiten het zicht van de bevolking afspeelde en een Europese technocratie bepaalde wat goed voor ons was. Een zeker optimisme is mooi, maar de onvrede is nog lang niet weg. Dat in Frankrijk 40% van de stemmen ('popular vote') naar rechts- en linksradicale c.q. extremistische kandidaten ging in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, is allesbehalve geruststellend en dit feit verdwijnt ook niet door Macrons overwinning.


TOMAHAWKS OP SYRIË, MAAR WAT NU VERDER?


USS Porter lanceert een Tomahawk kruisvluchtwapen

7-4-2017 - Op Assads bondgenoten na zullen velen de Amerikaanse aanval van 7 april 2017 op een Syrisch militair vliegveld kunnen billijken. De internationale gemeenschap vindt gifgas gebruiken onaanvaardbaar en die boodschap dringt nu misschien tot Damascus door: wanneer het weer gebeurt, kan Assad rekenen op een nieuwe tegenactie, en dan net even groter dan de zeer terughoudende Amerikaanse actie van vandaag.

Al moeten we wel hopen – wat heet – dat de Amerikanen hun inlichtingen op orde hebben en de weapons of mass destruction inderdaad bij Assad vandaan kwamen.

Maar hoe gaat het nu verder? Het zou niet de eerste keer zijn dat de VS slaapwandelend een avontuur aangaan. Zonder duidelijkheid te hebben over stap twee of drie, of een exit strategie. Donald Trump verzet zich al jaren, voor zijn doen heel consequent, tegen Amerikaanse interventie in andere landen om daar regime change af te dwingen – Irak, Libië, Syrië. Gaat de dynamiek van alledag daar nu alsnog verandering in brengen? Hopelijk niet.

Dat Assad niet deugt is bekend. Maar de alternatieven zijn ook niet bepaald aantrekkelijk. Het bekende lijstje van oppositiegroepen tegen Assad nog maar eens nalopen.

IS: commentaar overbodig.

Andere jihadistische groepen: ook geen verbetering.

Pro-Turkse (jihadistische) groepen: Erdogan in plaats van Assad??

Koerden: de sterkste niet-jihadistische opposanten, maar ambiëren geen hoofdrol in een Syrische nationale regering.

Gematigde c.q. democratische krachten: een minderheid.

Wanneer in de berichtgeving over Syrië van 'de rebellen' wordt gesproken, worden gemakshalve de democraten en degenen die 9/11 toejuichen bij elkaar geveegd, maar de strijd gaat daar niet tussen de good guys van de oppositie en de bad guys van Assad. Er zijn meer bad guys in dat land dan je de bevolking toewenst. Alleen grootschalige buitenlandse interventie zou een einde aan het Assad-regime kunnen maken, maar daar begint niemand aan, alleen al omdat er dan altijd nog een land in conflict zou overblijven waar de orde tien, twintig jaar of nog langer van buitenaf overeind gehouden zou moeten worden. De voormalig Nederlands zaakgelastigde voor Syrie Nicolaos van Dam bepleit daarom al sinds het begin van de burgeroorlog onderhandelingen met Assad. Zie: Nicolaos van Dam, Destroying a Nation. The Civil War in Syria, Londen 2017.

In de mediareacties op de Amerikaanse Tomahawkaanval is sprake van Trumps onberekenbaarheid voor en na. De Volkskrant noemt hem 'triggerhappy'. Ik denk dat deze commentatoren zich in dit geval zwaar misrekenen, dat het besluit tot deze actie in Washington in grote consensus is genomen en allesbehalve een persoonlijke impuls van Trump was. Het is er eerder een bewijs voor dat het Amerikaanse systeem nog werkt.


ERDOGANS AMBITIES
10-3-2017/26-3-2017 - De Nederlandse democratie, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst gelden voor alle Nederlandse burgers, welke afkomst of achtergrond ze ook hebben. Maar ze zijn geen recht voor buitenlandse politieke leiders die de strijd uit hun land hier willen importeren of zich hier in de Nederlandse verhoudingen willen mengen. Buitenlandse regeringen die iets in Nederland willen, kunnen dat vragen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Wanneer in de wet wat anders staat, moet die onverwijld worden gewijzigd. Voornoemde rechten gelden evenmin voor bijvoorbeeld buitenlandse imams, wanneer die ons land schaden. Nauw hiermee verbonden is de kwestie van buitenlandse financiering: hoe sneller er een einde komt aan extern geld voor politieke partijen en religieuze organisaties hoe beter.

De pogingen van het Erdoganregime om in Nederland en andere Europese landen politiek te bedrijven zijn onderdeel van een algemenere houding op het internationale toneel. Doel van de Turkse regering is te kijken hoe ver ze kan gaan in het opleggen van haar wil aan anderen, onder het motto 'brutalen hebben de halve wereld'. Er zal duidelijk gemaakt moeten worden dat Nederland en Europa niet in die helft van de wereld liggen.

14-3-2017 - Tussen alle geroep van Erdogan door, werd duidelijk waar het hem werkelijk om gaat in het conflict met Nederland. De NOS meldde op 14 maart: 'De Turkse president zei verder dat Europa moeilijk doet, omdat landen in Europa het niet kunnen hebben dat Turkije machtiger wordt.' Erdogan wil tegenover Europa en zijn buurlanden meer macht en schuwt daar weinig middelen voor. Eerder op de dag had hij het erover dat Nederland aan 'de Turkse eisen' dient te voldoen. Wie denkt dat het hier gaat om voorbijgaande verkiezingsretoriek of praatjes voor binnenlands gebruik, vergist zich deerlijk.

Turkije probeert op agressieve wijze dominanter te worden in de internationale verhoudingen ten koste van anderen en weerstand hiertegen zal nog lang nodig zijn.

26-3-2017 - Of zoals Erdogans trouwe adviseur Yigit Bulut (zeg maar de Turkse Steve Bannon) verklaarde: 'Het is gedaan met Europa. Het grote Turkse Rijk komt eraan.' (de Volkskrant, 25-3-2017). Of Turkije nog thuis hoort in de NAVO is de vraag. Volgens Bulut niet: 'De regeringen van de Balkanlanden zijn te bang voor Duitsland om de waarheid te zeggen. Maar weest verheugd beste vrienden, de volkeren daar hebben de koppen al bijelkaar gestoken om te bedenken hoe ze op de een of andere manier door Istanbul kunnen worden geregeerd...' Het zit dicht bij de aankondiging van openlijke agressie tegen NAVO-bondgenoten.

Voorstel
26-3-2017 - Griekenland is een van de weinige Europese landen die zich aan de NAVO-normen houden. Het besteedt er twee procent van zijn schamele budget aan. En dit terwijl het land diep in de schulden zit. Laat een aantal Europese landen gezamenlijk de defensiekosten van Griekenland voor zijn rekening nemen (en verhogen), waardoor er geld in het land zelf vrij komt voor andere nijpende zaken. Zo worden twee vliegen in een klap geslagen: een meer tegemoetkomende houding tegenover een land in nood, en een dringend noodzakelijke versterking van onze bescherming in Zuid-Oost Europa.


HET LANDSBELANG
17-2-2017 - Toen Mark Rutte afgelopen najaar het landsbelang aanriep in de discussie over het Oekraïnereferendum was de reactie: 'Grote woorden'. Toch is deze al bijna vergeten term weer volop actueel, in en buiten Nederland. Het laatste incident dat dit duidelijk maakt, is het ontslag van Michael Flynn, de nationale veiligheidsadviseur (!) van het Witte Huis. Met zijn illegale overleg met de Russische ambassadeur handelde hij in strijd met het Amerikaanse landsbelang en vertoonde hij, vooral ook gezien de inhoud van zijn contacten, landsverraderlijke trekjes. Terwijl de president van de Verenigde Staten Barack Obama sancties afkondigde omdat Moskou had geprobeerd de Amerikaanse verkiezingen te ontregelen, besprak Flynn immers in het geheim de opheffing van die sancties. Landverraad, ook zo'n woord waarvan we dachten dat het tot een ver verleden behoorde.

Waarom Flynn, en mogelijk anderen uit het Trumpkamp, zich precies met Moskou encanailleerden, zal nog moeten blijken. Maar hier alvast een voorzet. Trump en de zijnen koesteren een zodanige haat tegen Obama en Clinton en tegen het landsbestuur in Washington in het algemeen, dat ze in de strijd daartegen bereid zijn met iedereen samen te werken. Tegen 'Washington' is letterlijk alles geoorloofd. In het land of zijn bewoners zijn ze niet geinteresseerd: wie 200.000 dollar lidmaatschapsgeld betaalt, mag in Trumps vakantieresort op de foto met de man die de tas draagt met de codes voor de Amerikaanse atoommacht. Narcistische onverschilligheid, hoogmoedswaanzin, zakelijke overwegingen en agressieve willekeur vormen hier een gevaarlijke mix. De tijd waarin in het Witte Huis 'de president van alle Amerikanen' zetelde, is voor hen voorbij. Wat ooit begon als - soms terechte - kritiek op 'Washington' is ontaard in een aanval op de nationale instituties en de Verenigde Staten zelf.

Ook aan onze kant van de Atlantische Oceaan loopt kritiek op de 'gevestigde orde' soms wel erg gemakkelijk over in vijandig pacteren met een buitenlandse macht. Radicaal rechts in diverse Europese landen flirt met Poetin. Zo heeft Wilders' vriendin, Marine Le Pen van Front National, zich financieel afhankelijk gemaakt van Moskou.

Dat partijen binnen onze landen op eigen houtje betrekkingen aangaan met een macht die ons niet goed gezind is, is op zijn zachtst gezegd bedenkelijk. Ook kwalijk is trouwens dat opiniemakers deze lieden vaak als patriotten aanduiden.

Zie ook Raam op Rusland


HET WEERBARE MIDDEN
30-1-2017 - Op weg naar de Tweede Kamerverkiezingen beginnen de omtrekken van een soort linkse samenwerking te ontstaan. Veel meer zal het waarschijnlijk niet worden, maar de vraag is ook of dat moet. Scherpe scheidslijnen tussen links en rechts geven houvast, maar er staan teveel nadelen tegenover. Voor je het weet zijn er inderdaad maar twee opties over - bijvoorbeeld door samenwerking met de VVD uit te sluiten: een links blok of een rechts blok. In Denemarken kampen ze al lang met zulke 'blokvorming'. Rechts en links sluiten elkaar uit met als belangrijk gevolg dat er nu twaalf jaar een rechts minderheidskabinet heeft geregeerd dat gedoogsteun van de populistische Deense Volkspartij nodig heeft. Tussendoor regeerde links vier jaar. In Kopenhagen wordt naarstig geprobeerd deze tweedeling te doorbreken, maar anders dan in de televisieserie Borgen lukt dat nog niet erg.

Een vergelijkbare blokvorming in Nederland zou rechtse partijen drijven naar samenwerking met de PVV, die heel wat minder matig is dan de Deense Volkspartij.

Een regering van de traditioneel linkse partijen PvdA, GroenLinks en SP ligt niet bepaald om de hoek. Er is trouwens sinds 1945 nog nooit een linkse meerderheid geweest. Daarom wordt gehoopt op een coalitie van links met D66 en CDA. Maar het CDA zal zoiets alleen doen wanneer het zelf groot is, en dan treedt regel 1 in werking: de gevoelsmatige voorkeur in het CDA ligt bij een centrumrechtse regering. Niettemin is links met CDA en D66 denkbaar.

Ware het niet dat er nog een urgente kwestie is. In een bedreigende wereld zijn weerbare buitenlandse politiek en verbetering van de defensie hoge prioriteiten. Wat mij betreft mag centrum-links de economische liberalisering een eind terugdringen, ook al omdat het goed is voor de sociale cohesie die we komende jaren nog heel hard nodig zullen hebben. Maar wat betekent de internationale situatie voor de coalitievorming? De SP wil bezuinigen op defensie en wil een 'slanke, hoogwaardige krijgsmacht' die zich beperkt tot 'vredestaken'. Dat gaat niet lukken, want de hoofdtaak van defensie is nu ons grondgebied en dat van onze bondgenoten te verdedigen. GroenLinks zegt in zijn verkiezingsprogramma dat Nederland niet mag wegkijken van de conflicten in de wereld en moet samenwerken tegen terrorisme. Wat defensie betreft pleit het voor samenwerking en specialisatie tussen de EU-landen. Wat dit inhoudt blijft vaag, maar financieel wil GroenLinks op de nullijn blijven.

Samenwerking en specialisatie zijn nodig, maar wel omgekeerd: met aanzienlijk meer investeren in de eigen defensie als basis voor die samenwerking. Zelfs D66, de EU-partij bij uitstek, legt zich vast op een moderne Nederlandse defensie met een budget dat in stappen groeit naar de NAVO-afspraken. Het wordt de hoogste tijd dat het weerbare midden een coalitie vormt en nu eens echt de leiding neemt.

Clingendael-onderzoeker Dick Zandee bracht de partijstandpunten over defensie in kaart. Lees verder...


GEERT WILDERS IS ZELF DE GODWIN
21-2-2017 - Een spook waart door Europa. Het is het spook van het rechtsextremisme. Slechts een paar dagen nadat een van de leidende figuren van Alternative fur Deutschland (AfD) het holocaustmonument in Berlijn een 'monument van de schande' had genoemd, was Geert Wilders in de mooie Duitse stad Koblenz op bezoek bij diezelfde AfD voor een 'Europese top'. Om misverstanden te voorkomen: de 100% antisemiet van de AfD bedoelde met die schandvlek niet dat Duitsland de grootste misdaad in de menselijke geschiedenis heeft veroorzaakt met de industriële moord op zes miljoen Joden, hij vond het kwalijk dat het monument aan dit feit herinnert, en aan al die miljoenen slachtoffers. Dat vond spreker niet patriottisch. Maar verontwaardigd doen wanneer critici overeenkomsten tussen het rechtsextremisme en het nazisme bespeuren.

Het grootste politieke probleem van vandaag is dat teveel mensen een gebrek aan voorstellingsvermogen hebben. Wanneer Wilders, notabene tijdens de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer, zegt dat alle moskeeën met politiegeweld moeten worden gesloten en alle Korans uit de huizen van gelovigen moeten worden gehaald, is de neiging te denken 'hij bedoelt het niet zo'. Veel verstandiger is te veronderstellen dat hij zich nog inhoudt omdat de wet grenzen stelt. En er voor de zekerheid toch maar vanuit te gaan dat hij het echt zou doen wanneer hij de kans kreeg. 'Meent hij het wel/meent hij het niet' is hier een bijzonder onverantwoord spelletje. Wanneer we ons moeten voorstellen wat Wilders bedoelt met zijn verhalen over moskeeën en Korans, lijkt dat helaas het meeste op de Kristallnacht. Wilders is zelf de godwin.

Binnenkort: de term populisme suggereert een eenvormigheid die er niet is. De verschillen tussen rechtsextremisme en wat ik volksconservatisme noem lijken soms klein, maar zijn essentieel. Zo zijn de PVV en het Vlaams Belang heel wat extremistischer dan de Vlaamse NVA of de Deense Volkspartij.


JOHN MCCAIN: ELKE DAG EEN GLAASJE ETHANOL
16-1-2017 – Nu halve psychopaten als de baas van de haatwebsite Breitbart tot de allernaaste medewerkers van de nieuwe Amerikaanse president gaan behoren, wordt de vraag: bestaat de Republikeinse Partij nog wel? Of wordt ze een willoos verlengstuk van het Witte Huis? Ook voor niet-Republikeinen en voor de rest van de wereld is die vraag van het grootste belang. Voorlopig is het helaas van secundaire betekenis hoe het met de Democratische Partij gaat. Die kan op dit moment parlementair gezien alleen nog iets bereiken in samenwerking met een deel van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat.

De recente geschiedenis geeft wat dat betreft weinig hoop, maar er zijn lichtjes in de duisternis. Senator John McCain – in 2008 nog Obama's tegenstrever bij de presidentsverkiezingen – neemt sinds jaar en dag een onafhankelijke positie binnen de Republikeinse Partij in als dat zo uitkomt. Hij is al vele jaren voorstander van een nieuw klimaatbeleid, maar is als ex-militair tegelijk en fervent woordvoerder van de strijdkrachten. Wanneer het om de Amerikaanse relatie met Europa gaat, heeft hij een smetteloze c.v. McCain is ook in de meest gepolariseerde sfeer op Capitol Hill blijven samenwerken met de Democraten wanneer hij in de juistheid daarvan geloofde. Hij laat zich op de eerste plaats door zijn overtuigingen leiden en pas op de tweede plaats door gekuip en partijbelang. Hij is een van degenen van wie verwacht kan worden dat hij Donald Trump tegenspreekt.

Een voorbeeldje van McCains hekel aan liegen zal alle kenners van de Amerikaanse verkiezingen en liefhebbers van de televisieserie The West Wing aanspreken. Zij weten dat Iowa de eerste staat is in de voorverkiezingen en winst daar veel betekent voor het succes van de kandidaten. De maïsboeren produceren er gigantische hoeveelheden ethanol – o.a. als brandstof – en krijgen daar miljardensubsidies voor. Vrijwel iedereen vindt deze subsidies onzin, maar de presidentskandidaat die ze niet toejuicht kan het in Iowa zo goed als vergeten. Ook Obama ging onder het juk door. Maar John McCain verklaarde tijdens zijn campagne in Iowa: 'Ik drink elke ochtend een glas ethanol voor het ontbijt.'


SEKS IN MOSKOU
Ooit kon ook een Nederlandse aanstaand-minister van Defensie de Moskouse verleidingen niet weerstaan. Voormalig Moskou-correspondent Raymond van den Boogaard doet een boekje open. Lees verder...


HET ANDERE AMERIKA
15-1-2017 -Toen Hillary Clinton met een ruime meerderheid van de popular vote de Amerikaanse verkiezingen won, maar ze toch verloor omdat de meerderheden per staat doorslaggevend zijn, was er veel commentaar op het merkwaardige Amerikaanse kiessysteem. De neiging om nu een algemeenheid te laten vallen is moeilijk te bedwingen: niet de ratio maar de geschiedenis is bepalend.

Historicus Gordon S. Wood is een van de belangrijkste kenners van de Amerikaanse revolutie en de vroege Republiek (zeg maar 1760-1820). In zijn boek The idea of America: Reflections on the Birth of the United States* legt hij uit dat het politieke systeem van de Verenigde Staten vanaf het eerste begin gebaseerd is op wantrouwen tegenover Washington (en voor 1800 Philadelphia). Wood is, voor de goede orde, geen Republikein. De tegenstelling tussen de bevolking en Washington en tussen de staten en de federale overheid is er altijd geweest en heeft altijd een soort principieel karakter gehad. Het thema keert tussen haakjes al meer dan twee eeuwen terug bij de presidentsverkiezingen, met als meer recente voorbeelden de campagnes van Richard Nixon, Ronald Reagan en Bill Clinton. In dit licht is het Amerikaanse kiessysteem veel minder onlogisch dan het op het eerste gezicht lijkt: de afzonderlijke staten houden vast aan een grote mate van zelfstandigheid en daarin past ook dat zij als staat een standpunt innemen over het presidentschap. Zeker vanuit de huidige Europese verhoudingen, waarin maar weinigen uitkijken naar een federalistische EU-structuur, is dat wel na te volgen.

* Wood's boek is uit 2011 maar is een heruitgave van oudere teksten.


2017 WORDT HET JAAR VAN DE GEWONE M/V - VAN ONS DUS
1-1-2017 - Met 'de gewone man' wordt tegenwoordig het gedeelte van de bevolking bedoeld dat de gevestigde politiek afwijst en op Geert Wilders of een aanverwante splinterpartij wil stemmen. Wie daar niet toe behoort is elite. De obsessie waarmee ook een deel van de pers deze redenering volgt is stuitend. Allereerst omdat hiermee een frame aan het publiek wordt opgedrongen dat schade berokkent aan het politieke proces in Nederland. Maar vooral omdat de overgrote meerderheid van gewone mannen en vrouwen die er anders over denkt zo opzij wordt gezet.

Belangrijke politieke kwesties in de komende verkiezingen zijn Europa en immigratie. Reële problemen, maar voorlopig staan de meeste mensen niet te trappelen om daarvoor op Wilders en de zijnen te stemmen. Toch beweert een commentator op 1 januari 2017 op Radio 1 doodleuk dat volgens de peilingen een derde PVV wil kiezen. Dat is kletskoek. Veranderingen zijn altijd mogelijk, maar volgens de diverse peilingen haalt de PVV nu virtueel tussen de 29 en 36 zetels in de Tweede Kamer. Dat is veel, maar het is tussen de 20 en 23 procent van de stemmen. Zelfs in dat sombere scenario stemt meer dan driekwart op anderen, die Wilders meestal nadrukkelijk afwijzen. Wanneer we Wilders zelf en sommige paniekerige journalisten moeten geloven, behoort die driekwart gewone mannen en vrouwen eigenlijk al tot de elite die het niet goed begrepen heeft.

DRIEKWART VAN HET ELECTORAAT BEHOORT TOT 'DE ELITE'...

In en buiten Europa zijn vele ontwikkelingen waar je niet vrolijk van wordt, maar je kunt overdrijven. Dat Duitsland nu een rechts-extreme partij met invloed heeft, is ook zo'n paniekgeval. Van de weeromstuit wordt er gedaan alsof de Duitse democratie op wankelen staat. Alternative für Deutschland (AfD) schommelt in alle peilingen al een jaar tussen de 10 en 13 procent. Ook door Trumps overwinning en de aanslag in Berlijn is dat niet veranderd. De regeringspartijen CDU en SPD hebben daarentegen sinds lang samen een stabiele meerderheid boven de 50 procent. Al zou de AfD bij de verkiezingen van komend najaar verder groeien, de kans dat dit invloed op de regeringsvorming krijgt, is minimaal. De AfD wordt een van de kleine tot middelgrote oppositiepartijen. Dat is even schrikken, gezien de Duitse geschiedenis, maar zo opzienbarend is het nu ook weer niet.

De media staan minder buiten alle verwarring dan we graag zouden willen. Veel journalisten en beschouwers zijn net zo gedesoriënteerd als anderen. Zo wist eerst bijna de hele pers - naar eigen zeggen - zeker dat er tegen een Brexit en voor Hillary Clinton zou worden gestemd. Nu het anders is gelopen, zien velen van de weeromstuit de gewone boze man alles bepalen. Toch lagen de percentages in de Britse en Amerikaanse peilingen vooraf niet zo ver uit elkaar en waren er al eerder momenten waarop de Brexit respectievelijk Trump in de peilingen op een meerderheid stonden. En elke journalist kan weten dat peilingen een indicatie geven, maar nooit zaligmakend zijn geweest. Zelfs in het kalme vaarwater van recente Nederlandse parlementsverkiezingen (2010) hebben we meegemaakt dat een andere partij de grootste werd dan de exit-polls nog voorspelden (die verwachtten dat niet de VVD maar de PvdA het grootst zou worden).

Slecht nieuws is dat in het Nederland van 2017 een partij ook met nog geen kwart van de stemmen de grootste kan zijn, zoals met de PVV zou kunnen gebeuren. Al moeten we ook dat eerst nog maar eens zien. Maar wanneer Wilders premier wordt, al was het met een derde van de stemmen, dan is dat een bewijs van onverantwoordelijkheid bij de andere partijen:

Geen enkele democraat is gehouden mee te werken aan het aan de macht komen van iemand die de democratie gaat afbreken.


HET WAS OOIT ANDERS IN DE ISLAMITISCHE WERELD
8-12-2016 - Van zekere kant wordt beweerd dat de islam van nature gewelddadig is. Zoiets kan alleen iemand zeggen met een wereldbeeld zo plat als een stuiver die onder de tram gelegen heeft. In zo'n manier van denken zijn de selectieve indrukken van vandaag maatstaf voor alle dingen. Wat langer geleden is dan een dag, bestaat niet.

Nog in de jaren zeventig kon je zonder enig probleem vanuit West-Europa liftend over land naar India reizen, en massa´s jongeren deden dat ook. Ze trokken door Turkije, Syrië, Irak, Iran, Afghanistan en Pakistan. Allemaal overwegend islamitische landen. Het was naar verhouding rustig in het Midden-Oosten, al waren er in 1967 en 1973 wel heftige maar kortdurende confrontaties van Syrie en Egypte met Israel. Een aantal landen in de regio werd geleid door wereldse regeringen en repressie heerste er zeker, maar die was zelden door de islam geïnspireerd en er ook niet primair tegen gericht.


(Populair pension voor backpackers in Teheran, afbeelding Hans Roodenburg 1967-1968)

Hetzelfde gold buiten deze route, in Egypte, Tunesië, Algerije en Marokko. Libië was een geval apart, omdat Khadaffi een eigen variant op de islam had bedacht van waaruit hij zogenaamd regeerde, maar daar zag de rest van de islamitische wereld niks in. Dan is er nog het grootste islamitische land ter wereld, Indonesië. Ondanks het feit dat de grote meerderheid van de bevolking er vanouds islamitisch is, heeft de islam zowel in de onafhankelijkheidsstrijd als in staatszaken onder de regeringen van Soekarno en Soeharto alleen zijdelings een rol gespeeld. Van de Tweede Wereldoorlog tot eind jaren zeventig leefde het grootste deel van de islamitische wereld, als het om de religie ging, meestal in vrede.

Dit veranderde toen in 1979 de Sjah van Perzië (Iran) omver werd geworpen. Ayatollah Khomeini slaagde erin de leiding over de omwenteling in handen te krijgen en een nieuw, fundamentalistisch regime te installeren. Iran begon het extremisme te exporteren. Aan het einde van datzelfde jaar viel de Sovjetunie Afghanistan binnen om islamitisch verzet tegen een kort daarvoor gevestigde communistische regering de kop in te drukken. In de jarenlange oorlog die volgde groeide ook daar het moslimfundamentalisme. De Sovjets werden verdreven en de Taliban kwam aan de macht. Door deze gebeurtenissen kreeg een gewelddadige stroming in de islam internationaal de wind mee.

Een bekend argument is ook dat de Koran oproept tot geweld. Maar de realiteit is dat de betekenis van religieuze boeken in de loop van de tijd verandert. Dit geldt zowel voor de Bijbel als voor de Koran. Tijdens de kruistochten gold vooral Jezus' kreet 'Ik ben het zwaard', nu wil het christendom vooral een leer van liefde zijn. Tijdens de Arabische veroveringsoorlogen in de Middeleeuwen werd er ook van die kant met het zwaard Gods gezwaaid, maar er zijn ook lange perioden geweest waarin de godsdiensten in de islamitische wereld vreedzaam naast elkaar leefden.

Degenen die op zoek gaan naar de meest letterlijke interpretatie van de Bijbel of de Koran om hem zo te bekritiseren, redeneren als fundamentalisten. Ze denken niet historisch en begrijpen daarom niet dat de gelovigen, de wijzen of de kerk zelf bepalen wat er in hun eigen heilige boeken staat.


HET IS DE ECONOMIE, HILLARY... EN NOG IETS
1-12-2016 - Terug naar het jaar 1991 en het begin van Bill Clintons eerste campagne voor het presidentschap. Clintons aankomende adviseur Stanley Greenberg 'dacht dat Clinton wel eens de Democraat zou kunnen zijn die kon slagen. Door zijn diepgaande betrokkenheid bij de kleine arme staat Arkansas had hij een natuurlijk en direct vermogen om mee te voelen met de man aan de lopende band, op de boerderij of in het koffiehuis, de gewone man die zich zorgen maakte over de economie.' Het is een citaat uit Bob Woodwards boek The Agenda (1994) over de Clintoncampagne.

Zell Miller, een vriend van Clinton en gouverneur van Georgia, zei toen over de Democratische partij: 'Al veel te lang hebben wij bij presidentsverkiezingen de nadruk gelegd op verkeerde dingen. We gingen liever het gevecht aan over sociale vraagstukken dan over economische vraagstukken die het dagelijks leven van Amerikaanse gezinnen bepalen.' Miller drong erop aan dat de partij zich minder zou richten op 'elitaire sociale vraagstukken zoals burgerrechten, gelijke rechten voor homo's, bidden op school, abortus en kunst, en dat zij zich weer zou richten op het “economisch populisme”.'

'Deze zogenaamde “middenklassekwesties” of “kwesties van de-economie-van-de-keukentafel” bepaalden, domineerden en vernietigden zelfs levens van hele gezinnen,' vond Clintons adviseur Paul Begala. 'Een goede baan, je kinderen een universitaire opleiding kunnen meegeven, betaalbare gezondheidszorg en een oude dag met financiële zekerheid, dat waren de dingen waar kiezers zich druk om maakten.' Woodward: 'Het was bijna letterlijk wat Clinton al die tijd al had verkondigd.' Op de nationale conventie van de Democratische Partij aanvaardde Clinton de kandidatuur voor het presidentschap 'in naam van de hardwerkende Amerikanen die onze vergeten middenklasse vormen.'

De absurde haatsfeer van 2016 ontbrak in de eerdere strijd tussen Bill Clinton en George Bush Sr., Clinton stond in 'sociale kwesties' aan de linkerkant en het gaat wat ver zijn campagne populistisch te noemen, maar verder zijn er toch opvallende overeenkomsten tussen zijn benadering, die hem het presidentschap bracht, en die van Donald Trump en Bernie Sanders. En minder tussen die van hem en Hillary.

Daar is wel een reden voor: Hillary Clinton stond meer dan hij voor het lastige probleem hoe in een gepolariseerd land zowel de oude arbeidersklasse als de minderheden en immigranten aan zich te binden die allebei vanouds tot de aanhang van de Democraten behoorden. Dat is maar matig gelukt. In de noordelijke industriestaten die naar Trump gingen, gaven witte (ex-)arbeiders in de exit polls als belangrijkste reden voor hun keuze voor Trump zijn immigratiestandpunt.

(De citaten zijn uit De Clan, de Nederlandse vertaling van Woodwards boek, p. 15-20, 47. Verschenen bij uitgeverij Balans.)

 

OBAMA'S SYRIË-POLITIEK WAS ZO SLECHT NIET
26-11-2016 - Barack Obama heeft steeds geweigerd grootschalig militair in te grijpen in Syrië. Terecht. De kans dat het er door interventie alleen maar erger op werd was levensgroot, zoals de welbekende ervaringen uit Irak en Libië leerden.

Niet een van de strijdende partijen in de Syrische burgeroorlog lijkt een meerderheid van de bevolking te vertegenwoordigen. De regering van Assad heeft zijn eigen achterban maar kan alleen de overhand krijgen met hulp van de Russen, IS kwam van over de Iraakse grens en steunt grotendeels op buitenlanders, de Koerden strijden tegen wie hun autonomie bedreigt, allerlei moslim-terroristische en fundamentalistische groepjes hebben hun eigen legertjes namens niemand en er is het Vrije Syrische Leger, dat de minderheid van gematigde krachten vertegenwoordigt. Met gematigd wordt dan meestal bedoeld: min of meer werelds en democratisch. Het feit dat in landen als Syrië en Egypte een heel groot deel van de bevolking niet bestaat uit moderne, met een iPhone zwaaiende middenklasse-opstandelingen, maar uit bedaagde conservatieve moslims (die ook iPhones hebben), gaat er bij ons in het Westen nog steeds moeilijk in. Zij zijn in Syrië degenen die de strijd veelal ondergaan en als het kan proberen weg te komen.

De Verenigde Staten en een aantal Europese landen hebben zich vooral verbonden met het Vrije Syrische Leger. Tijdens de zogeheten Arabische Lente van 2011 ontstond even de verwachting dat Assad, net als Khadaffi in Libië en Mubarak in Egypte, gemakkelijk omvergeworpen kon worden. Dat Mubarak het jaar daarop al vervangen zou worden door zijn evenknie Al Sisi was toen nog onbekend. Na de interventie in Libië van 2011 hoopte de gematigde Syrische oppositie op vergelijkbaar westers ingrijpen. Zonder zulke steun was ze niet in staat Assad te verdrijven, dat was al duidelijk voor de Russen intervenieerden. Nu, na ruim vijf jaar burgeroorlog, is IS op de terugtocht, mengen de Koerden zich niet teveel in de strijd tegen Assad, kunnen de jihadisten en de vrije groepen zelfs samen geen doorbraak tegen Assad forceren en is Assad met Russische hulp in het offensief.

De oppositie zegt ook al vijf jaar dat Assad weg moet, maar is dus niet in staat hem weg te krijgen. En om dat laatste gaat het. Hoe verwerpelijk het regime ook is, lege woorden die eisen worden genoemd, helpen niet. Ook het Westen verklaart gewoonlijk dat Assad moet verdwijnen, maar ook dat is grotendeels symboolpolitiek nu het - terecht - niet bereid is massaal militair in te grijpen om een dergelijke regime change af te dwingen.

Anders dan wij in het Westen graag willen, gaat de oorlog in Syrië nauwelijks (meer) over democratie, hij gaat over soennieten versus sjiieten, over de positie van binnenlandse minderheden als Koerden, Alevieten en Christenen, over de onderlinge verhoudingen tussen de grootmachten (waaronder dus Rusland, dat de situatie gebruikt om zijn positie in het Midden-Oosten te versterken, en ook China, dat Assad passief steunt) en over de positie van nabijgelegen landen als Turkije en Iran.

Op dit moment praten de Verenigde Staten en Rusland nauwelijks nog. We moeten hopen dat dit verandert en er alsnog snel een einde aan de Syrische burgeroorlog komt. Anders komt het erop neer dat de burgeroorlog moet 'uitwoeden', zoals onze Nederlandse verslaggevers ter plaatse al maanden geleden op het televisienieuws hebben verklaard. Kan zijn. Maar dan gaan er nog vele doden vallen, blijft een overwinning van gematigde krachten op het slagveld even onwaarschijnlijk en is de kans groot dat Assad met Russische hulp wint.

Er bestaan nog wel enkele andere mogelijkheden. De ene is dat Turkije grootschalig intervenieert in Syrië. Maar een repressieve soennitische islamist als Erdogan lijkt niet echt een aantrekkelijk alternatief voor Assad. De andere is dat de jihadistische oppositiegroepen versterkt worden met ex-IS-ers en Assad alsnog terug weten te dringen. Ook dan zijn we nog verder van huis.

P.S. En de rode lijn dan? Obama heeft verklaard dat hij zijn standpunt over Syrië zou veranderen wanneer Assad een rode lijn over zou gaan: het gebruik van chemische wapens. Toen Assad ze gebruikte greep Obama niet in. Wel leverde Assad onder druk van de internationale gemeenschap en Obama's dreigement (het grootste deel van?) zijn chemische wapens in bij de VN. Ze werden vernietigd op de Middellandse Zee. De gewone burger mag zich laten meeslepen door verontwaardiging, de leider van een grootmacht niet. Soms getuigt het van meer moed zich niet een oorlog in te laten sleuren.


DOOR GEVAARLIJKE GEKKEN OMRINGD
22-11-2016 - Het is ongelofelijk, maar zo langzamerhand moet Europa er rekening mee houden dat de Verenigde Staten van trouwste bondgenoot tot vijand kunnen worden. Aangezien er ook aan Russische en Turkse kant nationalistische autocraten met ambities over de grenzen zijn opgestaan, krijgt W.F. Hermans' oude boektitel Door gevaarlijke gekken omringd nieuwe geopolitieke dimensies. Ogenschijnlijke kleinigheden demonstreren hoe groot de dreiging van over de oceaan is. Donald Trump is van mening dat hij Groot-Brittannië – Amerika's belangrijkste bondgenoot sinds 1945 – een rechtsextremist als Nigel Farage als Brits ambassadeur in Washington kan opdringen. Hier zijn maar twee verklaringen voor: Trump denkt echt dat dit moet gebeuren en heeft dan gevaarlijke opvattingen die hij met machtswellust en minachting voor een bevriend land wil doordrijven, of het is pesterij, waarmee hij zich ook een niet te vertrouwen bondgenoot toont. Dit soort willekeur hoeft zich maar op een wat grotere schaal te reproduceren of Trump wordt een rechtstreekse bedreiging voor Europa. We mogen hopen dat de gematigde vleugel van de Republikeinse Partij hem terug in zijn hok krijgt, maar verder kunnen wijzelf alleen maar streven naar het beste, en ons vooral ook voorbereiden op het slechtste.


MAAR ÉÉN GALLISCH DORPJE…



21-11-2016 - Het Kremlin vraagt om uitleg over een voorval dat rond 18 november 2016 plaats vond boven Zwitserland. Een Russisch regeringsvliegtuig was daar op weg naar de APEC-conferentie in Lima. Er is niet bekend gemaakt of ook Poetin aan boord was. Naast het toestel doken drie F-18 gevechtsvliegtuigen van de Zwitserse luchtmacht op. Ze volgden het Russische toestel tot dat het luchtruim weer verliet.

Alleen al in 2016 hebben Russische militaire vliegtuigen zo'n 600 keer moedwillig de verdediging van het luchtruim van andere Europese landen op de proef gesteld. Zo meldden zware bommenwerpers zich aan de grenzen van Groot-Brittannië en Nederland.

Boven Zwitserland ging het niet om een militair Russisch vliegtuig. Het lijkt er dan ook op dat de Zwitsers vooral een politieke boodschap hadden: hier maken alleen wij de dienst uit en wij laten niet met ons sollen.
Leve de Zwitsers!

Het bericht haalde de Nederlandse kranten niet.

(Zie The Independent, 19-11-2016. Een verslaggever van persbureau Reuters maakte foto's van het voorval vanuit het Russische vliegtuig.)


INTIMIDATIEMETHODE
De nieuwste intimidatiemethode is iemand ervan te beschuldigen dat hij of zij 'de gewone man' niet kent. Of dit waar is, en of de spreker zelf die dan wel kent, doet niet ter zake. Het doel ervan is vooral iemand de mond te snoeren die ergens anders over denkt.


MEERDERHEID-MINDERHEID
Voor de meeste revoluties, omwentelingen en verkiezingsuitslagen geldt: tegenover de massa's die vanwege hun overwinning juichend over straat gaan – zij worden vaak 'het volk' genoemd – staan massa's die thuis zitten te kniezen. En vaak vormen deze thuiszitters een bijna even groot gedeelte van de bevolking of zelfs de meerderheid. Overwinnaars die daar geen oog voor hebben, krijgen vroeg of laat de rekening gepresenteerd.


OORLOG EN VREDE __________________________________________

15 JAAR NA 9/11: ESCAPISME MAG
Toen Frans Afman, de bestuursvoorzitter van het Nederlands Filmfestival in Utrecht, acht dagen na 9/11 het festival opende met verwijzing naar 'de strijd voor het behoud van vrijheid en democratie' die Amerika voerde, wekten zijn emoties eigenlijk vooral bevreemding bij de aanwezigen.
Lees verder...


BERT HAANSTRA: GEEN (S)PIONNETJE VOOR HET OOSTBLOK
Haanstra's films waren tijdens de Koude Oorlog ook in Oost-Europa populair. In zijn contacten met het oosten verklaarde hij zich een groot voorstander van de uitwisseling van filmers en kunstenaars, 'maar ik wil niet de kans lopen als een (klein) (s)pionnetje te dienen.' Lees verder...


WANDADEN VAN DE WEHRMACHT IN OOST-EUROPA
De Duitse Wehrmacht liet zich gebruiken als instrument voor Hitlers rassenpolitiek. Lees Verbrecherischen Befehle


PROPAGANDAFILMS UIT DE TWEEDE WERELDOORLOG
Het Internationaal Documentaire Festival Amsterdam wijdde ooit een programma aan propagandafilms uit de Tweede Wereldoorlog. Lees verder...


DE WEG NAAR DE AFGROND - ERNST JÜNGER EN DUITSLAND
Een conservatieve Duitse officier werd na de Tweede Wereldoorlog symbool van verzoening tussen Frankrijk en Duitsland. Lees verder...


PARIJS NA DE BEVRIJDING
De Britse historicus Antony Beevor heeft terecht veel aandacht en veel lezers getrokken met zijn boeken over de Slag bij Stalingrad en de ondergang van Berlijn in 1945. Zijn Nederlandse uitgever heeft daarna ook een boek van hem uit 1994 in vertaling uitgebracht: Parijs na de bevrijding. Bedoeld wordt de bevrijding van Parijs in 1944, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog. Opnieuw een bijzonder lezenswaardig boek. Lees verder…


DE TWEEDE WERELDOORLOG ALS SPIEGELPALEIS
De visie die schrijver W.F. Hermans in zijn roman De donkere kamer van Damokles op de Tweede Wereldoorlog geeft, drukte enkele decennia lang zijn stempel op de Nederlandse films over de oorlog. Lees verder...


OVER HET ONTSTAAN VAN DE SPAANSE BURGEROORLOG (1936-1939)
Een andere analyse van de oorzaken van de Spaanse Burgeroorlog.
Lees verder in Euforie en ontnuchtering

Meer over dit onderwerp op de Startpagina Spaanse Burgeroorlog


ÉMILE ZOLA: JOURNALIST IN OORLOGSTIJD
De Franse schrijver Émile Zola werd behalve van zijn romans bekend door zijn stellingname in de Dreyfuss-affaire. In tijd van oorlog werkte hij ook als verslaggever. Lees verder...


ARISTOCRATEN, YVERAARS EN SLIJMGASTEN - IN TIEN STAPPEN DOOR DE FRANSE TIJD (1794-1815)

Lees hier het gratis online boekje door Hans Schoots.

Een overzicht van de Franse Tijd in Nederland in tien hoofdstukken - oorspronkelijk artikelen in Historisch Nieuwsblad. Op basis van de actuele literatuur, aangevuld met links naar andere gratis boeken online en radioprogramma's.

______________________________________________

MODERNE KUNST EN DE IDEOLOGIEËN VAN DE 20STE EEUW

In twee recente boeken over kunstgeschiedenis wordt de relatie tussen het modernisme in de beeldende kunsten en de politieke ideologieën van de twintigste eeuw aan de orde gesteld. In The Liberation of painting. Modernism and Anarchism in Avant Guerre Paris stelt de Amerikaanse Patricia Leighten dat de moderne kunst van voor de Eerste Wereldoorlog sterk werd beïnvloed door het anarchisme. In Kunstenaars van de Kultuurkamer concludeert de Nederlandse Claartje Wesselink dat de Nederlandse kunstwereld, met Stedelijk Museumdirecteur Willem Sandberg voorop, er na de Tweede Wereldoorlog toe neigde realistische kunst als moreel 'fout' te beschouwen en abstracte kunst als 'goed'.

Dan had Willem Sandberg daarin ongelijk. In Nederland was de meest vooraanstaande kunstenaar in het verzet tegen bezetting en antisemitisme de welhaast classicistische beeldhouwer Gerrit Jan van der Veen, terwijl modernistische kunstenaars zich wereldwijd wisten te verbinden met alle grote ideologieën van de eeuw: het kapitalisme, het communisme, het fascisme, het nazisme en inderdaad ook het anarchisme. Omgekeerd wisten al deze denkrichtingen en maatschappijen het modernisme te incorporeren. Ook het nazisme, waarvan wel de foto's van Hitler boven de maquettes van een classicistisch nieuw centrum van Berlijn bekend zijn, maar niet het feit dat de meeste utiliteitsbouw in nazi-Duitsland modernistisch was. Uitgesproken modernistische filmmakers als Leni Riefenstahl en Walter Ruttmann waren er prominenten.

Het artikel 'The avant-garde's adaptability to the ideologies of the 20th century' gaat uitvoerig op deze kwesties in, met de avant-gardefilm als uitgangspunt, maar een blik op de maatschappelijke positie van de hele moderne kunst in de eerste helft van de twintigste eeuw. Lees verder…



Alle teksten op deze site © Hans Schoots

Ontwerp en websitebouw: Rob Zeeman, Amsterdam
Redactie en websitebeheer: Hans Schoots

Foto's in de menubalk boven v.l.n.r.: De Newyorkse gangsterbaas Abe Reles doodgeschoten / Architect Mies van der Rohe in Chicago (r.) / Communistenleider Paul de Groot / Hitlers favoriete filmregisseur Leni Riefenstahl