TEGEN AANTASTING VAN HAAR GOEDE NAAM
Twee boeken over Leni Riefenstahl

Alleen opgemerkt door wat filmliefhebbers heeft Leni Riefenstahls Triumph des Willens, over de nazi-partijdag van 1934 in Neuremberg, sinds de jaren vijftig om de zoveel tijd in het Filmmuseum op het programma gestaan. In 1975 kon een groter Nederlands publiek van deze film kennis nemen via de VPRO-televisie. Ergens in de jaren zeventig of tachtig ontstond de gedachte dat het vertonen van Triumph des Willens alleen aanvaardbaar was voor studiedoeleinden. Een deskundige moest er een inleiding bij houden zodat er gewaarschuwd kon worden voor de verleidingen waaraan de toeschouwer zich blootstelde. Toen het Filmmuseum Triumph des Willens in 1987 toch 'gewoon' programmeerde, eisten demonstranten dat de voorstelling afgelast zou worden. In een pamflet verklaarden ze dat vertoning een 'eerbetoon aan Leni Riefenstahl, Albert Speer en Joseph Goebbels' betekende. De voorstelling ging door en natuurlijk was niemand van de toeschouwers bij het verlaten van de zaal bekeerd tot het nazisme. Honderdveertien minuten Triumph des Willens zijn alleen maar boeiend voor (film-)historisch geïnteresseerden.

Toch heeft Leni Riefenstahl sinds de jaren negentig een naamsbekendheid waar menig merk jaloers op kan zijn. Zij kijkt ons in de boekhandel met haar koele schoonheid aan vanaf de voorkant van Leni Riefenstahl - Five Lives. En wanneer die omslagfoto niet uit 1932 was, zou je zeggen: triomfantelijk. Tenslotte is er geen betere manier om boven de smoezeligheid van de geschiedenis te worden verheven, dan door een populair prachtboek van Taschen Verlag. In dit geval nadrukkelijk door Angelika Taschen zelf geredigeerd. Bovendien gooide dezelfde uitgeverij massaal Riefenstahlkalenders op de markt.

De Duitse cineaste en fotografe is kortom van een verguisde tot een icoon geworden, een mediafenomeen dat meer te maken lijkt te hebben met zangeres Madonna dan met Adolf Hitler. Madonna liet dan ook weten dat zij de hoofdrol in een film over Riefenstahl wilde spelen, terwijl filmster Jodie Foster met haar productiebedrijf Egg Pictures al ver was gevorderd met de voorbereiding van een Riefenstahlfilm. Daarin zou Foster zelf als Riefenstahl figureren. Maar na 2002, toen zij haar productiebedrijf ontbond, is er niets meer over deze film vernomen.

De nieuwe status van Leni Riefenstahl was voor een belangrijk deel terug te voeren op het feit dat zij een vrouw was. Tough cookies als Madonna en Foster zijn gefascineerd door deze getalenteerde vrouw die zich een eigen plaats bevocht in een mannenwereld, die ook in de nazi-tijd voor zichzelf opkwam en na de oorlog het hoofd boven water hield met een onwaarschijnlijk doorzettingsvermogen.

Dat zij verguisd werd kan ook voor een deel uit haar sekse worden verklaard. Toen zij in 1938 een bezoek aan de Verenigde Staten bracht, was een van de voornaamste kwesties waar de Amerikaanse pers in geïnteresseerd was of zij een verhouding met Hitler had, hoewel daar geen serieuze aanwijzingen voor waren en ook later niet kwamen. De Duitse boulevardbladen noemden haar na de oorlog Nazi-Hure. Terwijl Riefenstahl vervolgens decennia lang geen kans kreeg een film te maken, kon Veit Harlan, de belangrijkste mannelijke filmregisseur uit de nazi-tijd en de maker van venijnige anti-semitische speelfilms als Jud Süss, na de oorlog gewoon weer aan de slag.

In zijn boek Leni Riefenstahl. Die Verführung des Talents verklaart Rainer Rother de ophef die er altijd rondom haar is geweest ook voornamelijk uit haar positie als vrouw. 'In zoverre - maar alleen in zoverre - kun je zeggen dat Leni Riefenstahl onrecht is aangedaan', aldus Rother. Toch heeft dit onrecht volgens zijn eigen betoog nog een andere kant: hij legt uit hoe het Duitse publiek zijn eigen frustraties en schuldgevoelens op de cineaste heeft afgewenteld.

Ondanks de vele publicaties die er al over Riefenstahl zijn, is het boek van Rother, filmprogrammeur en curator van het Duits Historisch Museum in Berlijn, een grote aanwinst. In wat nog het meest weg heeft van een omvangrijk essay bespreekt hij de artistieke en politieke betekenis van haar werk, onderzoekt hij opnieuw omstreden kwesties uit haar loopbaan en gaat hij uitvoerig in op de opinievorming die door de jaren heen rond haar heeft plaats gevonden. Dit alles gebaseerd op degelijk archiefonderzoek en een precieze studie van de films, waardoor Rother op allerlei punten tot nieuwe inzichten komt.

Of ze het nu leuk vindt of niet, schrijft Rother, Riefenstahl dankt haar roem aan haar werk uit de nazi-tijd, vooral aan Triumph des Willens en aan Olympia, haar film over de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Bij alle kwaliteitein die deze films hebben: we kunnen kunst en politiek niet los van elkaar zien, wanneer we hun betekenis willen bepalen. En inderdaad, wanneer in Triumph des Willens, dat is opgebouwd rond de persoon van Adolf Hitler, de partijmilities marcheren, zien we zowel een esthetiek van geometrie, dynamiek en montage, die thuishoort bij de filmavant-garde van het interbellum, als de realiteit van een nazi-partij, die bereid en in staat is geweld te gebruiken. Juist de esthetisering maakt de film van berichtgeving tot propaganda.

In zijn filmanalyses wijst Rother op Riefenstahls talent. Des te opmerkelijker is vervolgens zijn conclusie dat ze toch geen groot kunstenaar was. Ware kunst zou, in tegenstelling tot wat Riefenstahl maakte, ambivalent moeten zijn, beweert Rother. Het is een opvatting die sedert de Romantiek leiddraad is geweest voor vele kunstenaars, maar die toch moeilijk algemeen geldig kan worden verklaard. Ook harmonie is eeuwenlang leiddraad in de kunsten geweest, en zelfs een modernist als Mondriaan was op zoek naar evenwicht.

Rother velt morele oordelen, maar zonder de nuance uit het oog te verliezen. In de jaren negentig ontstond er rond Riefenstahl een relativisme waarin de schaduwkanten van haar werk en leven vrijwel genegeerd werden. Daar tegenover is Rothers stellingname een verademing. Over haar activiteiten in de nazi-tijd is hij ondubbelzinnig maar mild. Niet alleen collega Veit Harlan, ook tal van anderen binnen de Duitse filmindustrie valt heel wat meer te verwijten, zonder dat er ooit veel woorden aan vuil zijn gemaakt.

Rothers grootste kritiek gaat uit naar de houding van Riefenstahl ná de oorlog, toen zij zich in een lange reeks processen teweer stelde tegen aantasting van haar goede naam. Van de rechter kreeg zij geregeld gelijk, maar Rother maakt pijnlijk zichtbaar dat zij hierbij steeds weer een schrijnende onverschilligheid demonstreerde voor de slachtoffers van het nazi-regime.

Een fameuze kwestie uit 1941, waarover verschillende processen zijn gevoerd, was Riefenstahls gebruik van zigeuners uit het gevangenkamp Maxglan als figuranten in haar verder onschuldige speelfilm Tiefland. In 1949 klaagde zij het boulevardblad Revue aan omdat het had geschreven dat zij haar figuranten zélf in Maxglan had geselecteerd. Volgens haar hadden anderen het voor haar gedaan, alsof dat zoveel uitmaakte. Een deel van deze figuranten was later omgekomen in Auschwitz, wat Riefenstahl in 1941 moeilijk kon voorzien, maar toen ze het later wel wist, maakte ze zich er niet erg druk om. Het proces van 1949 verliep volgens de rechtbankverslaggevers in haast vrolijke stemming. Wanneer Riefenstahl zich toen had bekommerd om de overlevenden uit haar 'cast' in plaats van om haar goede naam, was het misschien anders met haar reputatie gegaan.

Vergeleken bij Rothers boek valt Gevallen engel. Leven en werk van Leni Riefenstahl van de Nederlandse filmpublicist Thomas Leeflang tegen. Het is wel het enige dat over dit onderwerp in het Nederlands beschikbaar is. Gevallen engel is een meer gestroomlijnde, mooier geïllustreerde en wat meer genuanceerde versie van Leeflangs Leni Riefenstahl - Monografie uit 1991, die vooral buitenlandse literatuur samenvatte. Zijn meest opvallende vondst is een document waaruit blijkt dat Riefenstahls Olympia in 1942 in Nederland een vertoningsverbod van de bezettingsautoriteiten kreeg.

Leeflang vermoedt dat de reden hiervoor was dat het internationalisme in deze film niet meer bruikbaar was voor de nazi's. Er deden tenslotte allerlei 'geallieerde' en zelfs zwarte sporters in mee. Ook in de Hitlertijd verliep Riefenstahls loopbaan bepaald niet langs een rechte weg.

Rainer Rother, Leni Riefenstahl. Die Verführung des Talents.
Henschel Verlag, Berlijn, 288 p.

Thomas Leeflang, Gevallen engel. Leven en werk van Leni Riefenstahl.
Walburg Pers, 192 p.

Na het overlijden van Riefenstahl in 2003 kwam een licht herziene versie van Leeflangs boek uit onder de titel Gevallen voor de Führer. Leven en werk van Leni Riefenstahl. Uitgeverij Aspekt.

© Hans Schoots. Bewerking van een recensie in NRC-Handelsblad.

^