China's eerste bemande ruimtevlucht

EEN SLUIMERENDE TIJGER
Bespiegelingen over de groeiende macht van China

Al in 1994 werd bij de Amerikaanse marine een wargame gespeeld, waarin de Zevende Vloot en de Chinese marine anno 2010 met elkaar in strijd raakten. De Chinezen wonnen. Nu het 2010 is geweest, lijkt het er nog niet op dat China's marine al zo sterk is als de Amerikaanse.

Maar rekenaars in Washington zijn er al geruime tijd druk mee te bepalen wannéér China de Verenigde Staten als militaire macht op het wereldtoneel voorbij zal streven. Want of dat nu nog tien, twintig of dertig jaar duurt, dat het moment aanbreekt is volgens de rekenmodellen wel zeker. De geschiedenis verloopt meestal anders dan verwacht, maar er is toch reden genoeg om er alvast rekening mee te houden dat China in de eenentwintigste eeuw als supermacht een gelijkwaardige of grotere rol in de wereld zal spelen dan de Verenigde Staten. Geen wonder dat er al in de jaren negentig van de twintigste eeuw boeken verschenen als China. The Big Tiger van Dick Wilson (1996), dat beschouwd kan worden als een soort handleiding onder het motto: 'Hoe het Westen met China om moet gaan.'

Wilson is sinds de jaren vijftig correspondent en redacteur in het Verre Oosten geweest voor de Financial Times, de Far Eastern Economic Review en de Straits Times. Hij schreef zijn eerste boek over China eind jaren zestig en trok eind jaren zeventig aandacht met een voor die tijd toonaangevende biografie van Mao Zedong. Dat dit laatste boek inmiddels achterhaald is door het bekend raken van veel nieuwe gegevens en de ontboezemingen van insiders als Mao's eigen lijfarts, kan Wilson ook niet helpen.

In The Big Tiger benadrukt de auteur nog maar eens dat wie met China om wil gaan eerst China zelf moet begrijpen. In het Westen kunnen er nog zoveel opinies zijn over wat goed is voor dat land, zo schrijft hij, hoe het daar verder gaat wordt bepaald door binnenlandse ontwikkelingen, die naar zijn mening zijn samen te vatten onder de noemer: moderniseringsdrang op een basis van vijfentwintig eeuwen maatschappelijke traditie. De sinds mensenheugenis overgeleverde ideeën zijn volgens Wilson door en door ondemocratisch en naar zijn mening is het een illusie te denken dat op een dergelijke voedingsbodem snel een democratische maatschappij naar Westers model zal ontstaan. De pogingen die vooral vanuit de Verenigde Staten worden gedaan om via het uitoefenen van druk de democratie in China te bevorderen noemt Wilson dan ook ronduit 'zinloos'. Het Westen zal moeten aanvaarden dat China nog decennia lang een ondemocratisch land zal zijn, al is het goed excessen als martelingen en massale dwangarbeid aan de orde te blijven stellen. Wilson bevindt zich met zijn voorspellingen in het beste gezelschap, want zelfs China's dissident nummer één, Wei Jingsheng, heeft eind jaren negentig verklaard dat 'democratie niet zal worden gerealiseerd, al zou de Communistische partij nu omver worden geworpen.' Wei waarschuwde: 'De toestand in China zou dan zelfs gevaarlijker en autocratischer kunnen worden.'

Er is aanleiding voor zulke gedachten, maar het blijft toch allemaal koffiedikkijken, want in werkelijkheid is er niemand ter wereld die kan voorspellen of er binnenkort, over honderd jaar of nooit democratie in China zal zijn. Wilson ziet als meest waarschijnlijke scenario dat het Chinese regime zelf op lange termijn staatkundige veranderingen zal bewerkstelligen. Van oppositie van onderaf verwacht hij niet veel omdat er in China op dit gebied nauwelijks een traditie bestaat. Op het eerste gezicht lijkt de massabeweging van de Culturele Revolutie dit tegen te spreken, maar die was voornamelijk georkestreerd door elkaar bestrijdende fracties in de partijleiding. Bovendien zullen maar weinig Chinezen de Culturele Revolutie als een positief voorbeeld beschouwen, niet alleen vanwege de vele slachtoffers die erbij zijn gevallen, maar ook omdat de rauwe 'omgangsvormen' van die tijd volledig botsen met wat in China vanouds als beschaafd werd gezien. De gebeurtenissen op Tiananmen in 1989, hoe schokkend ook, waren volgens Wilson slechts een incident in de Chinese verhoudingen, omdat het studentenprotest geen weerspiegeling vormde van onvrede bij de grote massa's. Het is een enorme misvatting te denken dat het volk van China democratie wil, zegt hij provocerend.

De auteur besteedt een belangrijk deel van zijn boek aan de vraag waarom in de Chinese samenleving zo weinig aanknopingspunten bestaan voor het democratische gedachtegoed. Een aantal ideeën dat in de loop van de eeuwen deel is geworden van de Chinese psyche, is naar zijn mening volledig vreemd aan de Westerse gedachte van persoonlijke vrijheid. In de familie dient ieder zijn plaats in de hiërarchie te aanvaarden met de bijbehorende verplichtingen. Ook daarbuiten gaat het in de betrekkingen tussen mensen om de groep, om wederzijdse plichten en diensten en minder om het individu. Resultaten worden er vanouds niet bereikt door persoonlijk initiatief, maar door onderschikking van een ieder aan de groepsdiscipline.

Nepotisme en vriendjespolitiek komen ook in het Westen voor, zegt Wilson, maar in China meer. De waarheid heeft er geen hoge status, belangrijker is wie wat zegt. 'De waarheid zeggen brengt geen enkel voordeel, het kan alleen maar schaden,' citeert Wilson het hoofd van een school in Beijing. Het idee dat de oudsten in de familie het beter weten, werd tot in de jaren negentig gereproduceerd in de politiek, met de gerontocratie als logisch gevolg. Wilson geeft een vermakelijke schildering van de manier waarop hoogbejaarde partijleiders vanuit hun rolstoelen en ondersteund door verpleegsters probeerden hun rivalen te overleven, zodat ze er, voor ze zelf de pijp uit gaan, voor kunnen zorgen als laatste hun eigen aanhangers op strategische posten te benoemen. Wie het oudst wordt wint. Het moet gezegd worden dat er op dit punt tegenwoordig veel is veranderd. De oudjes hebben ervoor gezorgd dat het land wordt geleid door technocraten van middelbare leeftijd.

De Chinees is geconditioneerd voor politieke passiviteit, meent Wilson: de keizer en zijn mandarijnen weten wat het volk niet weet, zo is de heersende opvatting, en dus moet het regeren aan hen worden overgelaten. Er zijn ook omgangsconventies die democratie in de weg staan, zoals de oude regel dat niemand in het openbaar zijn gezicht mag verliezen. Op lokaal niveau zijn er in China hier en daar democratische verkiezingen, maar een van de kandidaten vertelde Wilson indertijd dat hij de kiezers zoveel mogelijk meed, omdat die - behalve onder vier ogen - niet mogen zeggen dat ze het met hem oneens zijn. Hij zou de kiezers alleen maar in verlegenheid brengen: openbare discussie hoort niet.

Wilson geeft de gedachte in overweging dat de Westerse democratie in het Verre Oosten in de komende decennia misschien niet zal groeien maar juist verder zal worden teruggedrongen. Nu is het nog zo dat de Aziatische landen in internationale organisaties als de VN de westerse normen onderschrijven, maar blijft dit zo wanneer hun economische en politieke macht verder groeit? Zullen die landen, van China tot Singapore, met hun vergelijkbare autocratische tradities, er niet naar gaan streven de internationale regels in hun eigen richting om te buigen? Mogelijk zal in de eenentwintigste eeuw niet alleen het centrum van de economische macht van de Atlantische oceaan naar Azië verschoven zijn, maar ook de westerse democratie een marginaal verschijnsel in de wereld zijn geworden.

Misschien blijkt de democratie helemaal niet de steeds verder om zich heen grijpende universele maatschappijvorm te zijn die wij ons er graag bij voorstellen, maar een historisch tijdperk dat al naar zijn einde loopt. De goeie ouwe tijd, waarin Columbus nog als 'ontdekker' van Amerika gold, terwijl Chinese zeelieden volgens recente wetenschappelijke onderzoeken er al eerder zijn geweest, volgens Wilson zelfs al in het jaar 218 voor Christus, drie jaar na de stichting van het eerste Chinese keizerrijk en ruim anderhalve eeuw voor Julius Ceasar op het toneel van de Europese geschiedenis verscheen.

Dick Wilson, China, the Big Tiger. A Nation Awakes. Little, Brown & Company, New York, 547 p.

© Hans Schoots. Update van een recensie in Vrij Nederland.

1-3-2016: bovenstaande recensie verscheen in 1996 in Vrij Nederland. Een update voor deze website is van 2010. In 2016 moeten we concluderen dat Wilsons verwachting dat China er niet democratischer op wordt, vooralsnog uitkomt. Na een periode van enige liberalisering is de staat de laatste jaren weer autocratischer aan het worden. De gemiddelde burger heeft in het dagelijks leven grote vrijheid, zolang hij of zij maar geen vragen stelt bij het regime. Wie dat wel doet, krijgt problemen. Mijn sombere verwachting dat de democratie internationaal in het defensief raakt, is helaas nog meer uitgekomen dan verwacht. Niet alleen in China, maar ook in Rusland en bijvoorbeeld Turkije.

 

^